Into Darkness III in Neushoorn

De Duisternis vond zaterdag 3 december een thuis in de hoofdstad van Friesland. De beide zalen van poptempel Neushoorn in Leeuwarden werden vanaf vroeg in de middag tot diep in de avond bevolkt door donkere, in het zwart omhulde zielen op zoek naar de muzikale bevestiging van hun inktzware wereldbeeld. 

id16_lineup2

Nee hoor, de aanwezige black metalliefhebbers lieten zich het bier en de lekkernijen goed smaken terwijl ze tijdens Into Darkness III vrolijk van de kleine Arena naar de Grote Zaal trekken. Wat is het toch fijn vertoeven op een festival waar de programmering zó goed is geregeld dat de ene band begint terwijl de andere band de laatste noten nèt heeft aangeslagen. Verslaggevers Youri van Aurich (YvA), Black Swan (BS) en The Ghostwriter (TG) sloten aan in de stoet tussen de twee zalen. Wendy Jacobse fotografeerde maar zag haar camera het begeven en wist slechts de opnames van drie bands (de foto’s van The Ruins of Beverast, Taake en Shining staan verspreid door dit verslag heen) te redden. Alsof de Duivel er dan toch mee speelde…

De eerste band van dit zwartgeblakerde festival is er één van eigen bodem: de Utrechtse band Grey Aura mag namelijk het spits afbijten. De groep heeft in 2014 hun eerste langspeler uitgebracht, en dat opus is er één om u tegen te zeggen; een conceptalbum van bijna anderhalf uur over de ontdekkingsreizen van Willem Barentsz. De band speelt dan ook voornamelijk werk van deze plaat. Als eerste act komen ze verrassend energiek en zelfverzekerd over en de atmosferische rauwe black metal dreunt de speakers uit. Ook is er sprake van een interessante podiumact waarin iemand zich bevindt in een soort lijkzak en daarin ijzingwekkende bewegingen maakt. Al met staat Grey Aura garant voor een kil en strak begin van de dag.

Het Franse Monolithe is de tweede band die op het programma staat voor Into Darkness III. Deze voltallige band telt maarliefst zeven leden en dat is ook aan het geluid te horen. Want de zwarte doom metal van de mannen zorgt voor een enorme muur van geluid. Onder deze muur van geluid bevinden zich zware, slepende riffs en melancholische klanken. Om dit af te maken levert Richard Loudin een monsterlijk lage brul, afgewisseld met zweverige cleane vocalen. De nummers van Monolithe zijn nogal lang van stuk en daardoor heeft de band in de speeltijd van bijna een uur ook maar tijd voor een stuk of vier nummers (waarvan de laatste nog wordt ingekort ook). Maar de langgerekte aard van de muziek mag de pret niet drukken; men staat aandachtig te luisteren en de tergende doom lijkt erg in de smaak te vallen bij het publiek. Monolithe is wederom een mooie band om mee op te starten. (YvA)

taake-1

Je band zal maar Hemelbestormer heten. Een prachtige, tot de verbeelding sprekende naam. Deze Belgen timmeren sinds 2012 aan de weg met hun instrumentale post-metal. In veel van hun nummers klinken ook ambient- en doomelementen door, maar hoe dan ook: we zijn met dit heerschap de meer geëigende black metal een heel eind voorbij, zoveel is duidelijk. Hemelbestormer heeft de aankleding sober gehouden vandaag, er staan slechts twee lichtsymbolen opgesteld aan weerszijden van het podium. Het is vooral de muziek die voor zichzelf moet spreken. En dat is best lastig met het ene na het andere langgerekte nummer, met een speeltijd van pakweg gemiddeld een kwartier of langer. Dan is het wel fijn als de compositie verrijkt wordt met verschillende lagen, om het geheel wat meer diepte te geven.

Dat laatste mist eigenlijk, waardoor het soms lastig is om de aandacht vast te blijven houden. De instrumenten klinken absoluut krachtig, dan weer ingetogen, maar met zulke lange muziekstukken mag er soms wel nét wat meer afwisseling worden aangebracht, vooral ook in ritme. Een kwestie van smaak misschien. Niettemin speelt Hemelbestormer voor een goedgevulde kleine zaal, waar door sommigen zichtbaar wordt genoten en meegedeind op de zwarte, uitgestrekte instrumentale golven. (BS)

id-5

Na het instrumentale geëxperimenteer van Hemelbestormer, is de komt van Winterfylleth in de Grote Zaal een welkom geschenk. De recht-toe-recht-aan blackmetal met een dromerig ondertoontje van de Engelsen is heel wat beter te behappen en wat ook wel prettig is: de band heeft niet alleen één zanger, maar twee. De scheur van de gitarist gaat al door merg en been, die van de bassist doet er niet veel voor onder. Sterker nog: de twee stemmen lijken zoveel op elkaar dat je echt goed moet kijken om het verschil te horen (ja, dat kan). The Ghost of Heritage, Forsaken in Stone en A Valley Thick With Oakes, zijn geen nummers waar je kilometers voor omrijdt om te aanschouwen – daarvoor lijkt het allemaal wat teveel op elkaar – maar als we er dan toch zijn, is Winterfylleth een te lekker stuk taart om te laten liggen. (TG)

Groots en meeslepend klinkt Regarde Les Hommes Tomber, terwijl er zich tegelijkertijd een buitengewoon zwartgeblakerd randje om de muziek bevindt. Zeer aangenaam al met al. Het podium wordt opgesierd met kaarsen en een indringende geur van wierook, dat goed past bij de atmosfeer van deze band. Vanaf het balkon is het fraai uitkijken op de Fransen (die spelen voor een tjokvolle kleine zaal) en is er bovendien zicht op details die anders aan het oog onttrokken blijven. Zoals zanger T.C. die, terwijl hij boven de grond van het podium hangt, stilletjes met een knop de rookmachine bedient. Regarde Les Hommes Tomber begint met het instrumentale, onheilspellende L’Exil, tevens opener van het gelijknamige , tweede, album uit 2015 en gaat dan over in A Sheep Among the Wolves. Later worden ook Embrace the Flames en …to Take Us gespeeld, waarmee het zwaartepunt zich deze namiddag bevindt rond het nieuwe werk.

De zang van frontman T.C. klinkt heerlijk verwilderd en desperaat, maar vooral rauw. Hij bevindt zich vrijwel voortdurend in een innige verstrengeling met de microfoonstandaard. Tijdens de instrumentale gedeelten begeeft hij zich daarentegen in een soort moedeloze, vertwijfelde houding op de grond. Pas als hij weer moet zingen krabbelt hij op en richt zich met de nodige passie tot het publiek. Hij blijkt daarnaast ook zeer agressief te kunnen headbangen, waarbij de microfoonstandaard tot houvast dient. Het is een vurige set, die de band vanavond wegspeelt, met naast black ook een sludge-achtig sausje. Het betreft absoluut een puik optreden van deze Fransen. (BS)

id-4

Als één van de grotere namen op deze editie is bij de Duitse groep The Ruins of Beverast de zaal aardig vol gelopen. Van oorsprong is dit geen groep maar een eenmansproject, maar met een aantal anvullende leden is meneer Von Meilenwald dan toch daar om zijn muziek te presenteren op het podium. Wie wel eens heeft geluisterd naar The Ruins of Beverast weet wat hem/haar te wachten staat: smerige black metal die op veel fronten invloeden van doom metal heeft. Ook live is dit natuurlijk niet anders; een strakke geluidsmuur wordt zwaarbeladen afgevuurd op de menigte, die al zijn (on)geluk op kan met deze kwaadaardige muziek. Voor mij persoonlijk was het geluid misschien iets teveel afgestemd op het creeëren van een wall of sound en iets te weinig op het kunnen onderscheiden van melodiën en riffs. Maar de rest van het publiek lijkt hier anders over te denken aangezien de band met grote ogen gade wordt geslagen en er her en der enthousiast geheadbangt wordt. Het Duitse geweld valt dus zeker in de smaak en levert een succesvol optreden op dit nu al grootse festival. (YvA)

De Friese trots Kjeld laat er geen gras over groeien en gaat in de Arena furieus van start met lekkere blackmetal. Zanger Skier zoekt gedurende het hele concert volop contact met het publiek zonder populair over te komen. Zijn strijdhouding is er een vol overgave: met beide handen de microfoonstandaard omklemt, één been op de speaker, een zware leren jas en een capuchon op het hoofd met de woeste sik en het beschilderde gezicht eronder, spuwt hij zijn zwartgallige Friese teksten naar zijn toehoorders. Ondertussen bangen zijn collega’s hun hoofden bijna van hun romp af. Kjeld is vandaag gekomen om zieltjes te winnen in deze donkere dagen en speelt de Arena met gemak plat met verwoestende, hatende en slopende blackmetal. (TG)

taake-2

En dan is het moment eindelijk daar, één van de twee grote namen die al enige tijd op de aankondigingen van Into Darkness III pronkt. De doorgewinterde en ijskoude Noorse band Taake mag zijn zwarte kunsten weer gaan vertonen. Toen de deuren naar de zaal eindelijk open gingen, stroomde het al snel bomvol black metal liefhebbers (uw redacteur weet gelukkig een plekje vooraan te bemachtigen om hier een goed verslag van te kunnen breien). Zoals verwacht gaat het publiek vrijwel compleet uit zijn dak zodra icoon Hoest zijn aanwezigheid kenbaar maakt op het podium. De eerste klanken spuiten de zaal in en de band is begonnen met het vertonen van zijn brede oeuvre.

Bekende nummers van de Hordalands Doedskvad-plaat en ook nieuwer werk als Umenneske en Nordbundet worden met professionele vaardigheid uitgestrooid over het publiek, het is tenslotte bijna Sinterklaas ten tijde van dit festival. Zoals altijd is Hoest een meester in het bespelen van het publiek en is zijn aanwezigheid op het podium een genot om naar te kijken. Deze band is met recht één van de grootste namen op dit festival en maakt voor veel mensen de avond tot eentje om lang van na te genieten. Zodra de laatste klanken hebben geklonken en men klaar is met joelen en juichen voor Taake, beginnen sommigen zich al op te maken voor de hoofdact Shining, met daarvoor nog de band Grave Miasma om te bezichtigen.  (YvA)

Grave Miasma is ingevlogen vanuit Engeland en komt het feest opsieren met hun occulte mix van black-, maar vooral deathmetal.  Het betreft niet een band waar uw anonieme verslaggeefster al te lang naar kan luisteren. Daarvoor klinkt de muziek toch wat te chaotisch. Ook de bewust onzuivere productie en de wel heel lage, doffe vocalen kruipen na verloop van tijd op onprettige wijze onder de huid. Dat deze muziek voor meer bezoekers van Into Darkness wat moeilijk te verhapstukken is, blijkt wel uit het feit dat het voor de eerste keer vandaag opvallend rustig is in de kleine zaal. Voor de liefhebber ongetwijfeld een feestje om naar te luisteren, maar in mijn geval vooral een kwestie van ‘uitzitten’. Gnosis of the Summon wordt onder andere gespeeld, evenals Purgative Circumvolution en Glorification of the Impure van de dit jaar verschenen EP Endless Pelgrimage, die overigens lovend is beoordeeld door collega Usurperofthetyrants. (BS)

shining-1

Hoofdact op de derde editie van Into Darkness is Shining, het gezelschap rondom de mentaal niet geheel stabielde Niklas Kvarfoth. De Zweden zijn op een korte tournee om te vieren dat de band van de 34-jarige zanger twintig jaar bestaat (en nee, er zijn hierbij geen typefouten gemaakt). Kvarfoth, met een verleden van zelfmutilatie, komt op met een loszittend verband rond zijn pols en dat hij vervolgens There is no light at the end of the tunnel (uit Hail Darkness Hail) grunt, nemen we direct van ‘m aan.

De kale zanger blijkt ziek, fysiek ziek. Dat geeft hij na een paar nummers toe maar hadden we ook zelf al kunnen concluderen nadat hij met enige regelmaat voorovergebogen over een grote witte emmer zit, waarvan hij de inhoud graag aan zijn bandleden laat zien. Het is wellicht een verklaring voor zijn slechte humeur, waarneer hij links en rechts toeschouwers in het publiek uitscheldt. Na een kwartier verklaart de zanger dat hij écht even naar het toilet noemt, maar gelukkig staat er een invaller klaar: Taake’s Hoest komt een nummertje meebrullen.

id-3

De sanitaire stop heeft de zanger in die zin goed gedaan dat hij het publiek verder met rust laat, maar verder strompelt, hangt en sleept hij zich over het podium, is in de weer met de kotsemmer, drinkt dan weer whisky dan weer water en laat ondertussen zijn zieke strot aan Leeuwarden horen. Zijn band, met de uitstekende gitaristen Peter Huss en Euge Valovirta (plukken ze die uitstekende muzikanten in Scandinavië soms van de boom?) speelt stug door en dat zorgt voor een intens optreden waarbij Kvarfoth zichtbaar lijdt. Taake was goed (en trok overigens meer publiek), maar Shining zet, door de omstandigheden gedwongen, een memorabel concert neer.

Iedereen vergeeft het Kvarfoth dan ook dat hij de set met een kwartier in moet korten. Met de lampen op ’m gericht is pas goed te zien hij beroerd de zanger eruit ziet. Zijn fles Jack Daniels gaat naar de fanatiekste in het publiek en zelf strompelt hij naar een hopelijk voor hem, warm bedje met misschien wel een lekker kopje kruidenthee. (TG)

id-2

Hierna zijn we getuige van wat waarschijnlijk de laatste liveshow ooit zal zijn van Nihill. Nog één keer een snoeiharde trip langs de lonkende afgronden met een vervaarlijke melange van black, noise en drone. De Tilburgse band laat zich vanavond nergens door afleiden, in één lange, intense set spelen ze hun krachtige nummers nog eenmaal voor aan een publiek dat aan hun lippen hangt. De snijdende screams van zanger Michiel Eikenaar gaan door merg en been, evenals de immer voortrazende gitaren en bas (Zware Metalen zag bassist Jelle Agema de dag ervoor nog optreden met Terzij de Horde in Utrecht, maar dan als gitarist). Met een speciale vermelding voor de slagkracht van de drummer, die echt als een bezetene tekeer gaat en indrukwekkend goed is. De heren kunnen met opgeheven hoofd het strijdtoneel in Leeuwarden verlaten; deze nietsontziende noise is niet zomaar uit de hoofden verdreven. Het betreft een optreden om met een duistere glimlach aan terug te denken. (BS)

Het magische optreden van Nihill is uitgelopen en daardoor is Glorior Belli al begonnen in de Grote Zaal. Op het podium zien we vier zwartwit geschminkte clowns in clochard-outfit. Dus met klassieke hoedjes op en zwarte jassen vol gaten en vlekken die bij nadere bestudering verf blijken te zijn. De drummer is, zoals wel vaker, de enige die geen greep in de poederdoos hoefde te doen. De kleinste clochardclown heeft de bas vast en bezit de grootste mond. Of het publiek wel weet hoe hij wordt genoemd, vraagt hij tussen twee nummers door. Clini Clown blijkt niet het goede antwoord en daarom vertelt hij het zelf maar: the Black Devil.

Het podium voor the Black Devil is opgetuigd met drie kleine altaartjes met daarop de nodige kaarsen, potten en takcombinaties. Muzikaal zit Glorior Belli in de hoek van de snelle blackmetal maar dat is vanavond nauwelijks een verrassing te noemen. Het gevaar bij deze muziek is dat het potsierlijke en overdreven theatrale (hallo Abbath!) niet ver van de ware aard van de muziekstijl afligt: een gezonde afkeer van de (christelijke) maatschappij. De grens tussen het maken van een bloedserieus statement en belachelijk worden is dun. Als Hoest van Taake rondloopt met een tattoo van een omgekeerd kruis op zijn borst, is dat serieus. Als één van de clochardclows een nummer lang een takcombinatie van een omgekeerd kruis in de lucht houdt, is dat gemaakt en bedacht. En niet geloofwaardig. Muzikaal houdt het ook allemaal al niet over, al is het hier en daar best nog te pruimen.

id-1

Het is al één uur ’s nachts als de mannen van Slegest, momenteel op tour met Shining en Taake, optreden als hekkensluiter van dit heerlijk decemberavondje. Voor slechts een handjevol mensen klinken de eerste nummers van deze ‘blackmetalmöterheadachtige’ band. Er druppelt nog een enkeling binnen, maar het moge duidelijk zijn dat het gros van de aanwezigen reeds zijn bedje heeft opgezocht of – wie zal het zeggen –  is doorgetrokken naar de dichtstbijzijnde kroeg. Lof voor deze Noorse heren dat ze zich niks aantrekken van het late tijdstip en de geringe opkomst, het betreft evengoed een energiek optreden. Maar hoe de noordelingen ook hun best doen om de sfeer erin te krijgen met Wall Painted Black van hun eerste EP Slegest en Ho som haustar aleine, de stemming van het publiek blijft wat aan de matte kant. En zo is Zware Metalen getuige van de slotakkoorden van deze derde, zeer geslaagde editie van Into Darkness. Weliswaar een kwartiertje vroeger dan gepland, maar niemand zal het de mannen van Slegest kwalijk nemen dat ze hun set een ietsepietsje hebben ingekort. (BS)

Foto’s:

Wendy Jacbose Photography

Datum en locatie:

3 december 2016, Neushoorn, Leeuwarden

Links:

Geef een reactie