Black Spikes is een Litouwse metalband die moderne metal combineert met progressieve, elektronische en atmosferische elementen. Met debuutalbum NIL begon de band uit Vilnius een eigen geluid te ontwikkelen, opgebouwd rond zware riffs, elektronische texturen en een sterke visuele identiteit. Op Ydos, het tweede volledige album van de band, kiest Black Spikes voor een donkerdere en meer gelaagde aanpak dan voorheen. De release vormt dan ook een geschikt moment om met zangeres Agni en gitarist Mazvis te praten over de muzikale ontwikkeling van de band, de ideeën achter het nieuwe album en wat de samenwerking met Napalm Records voor Black Spikes heeft betekend.

Hoi Agni, hoi Mazvis, hoe gaat het met jullie? Ik hoop dat alles goed gaat. We zouden elkaar vorige week spreken, maar toen moest je afzeggen omdat je met je dochter naar het ziekenhuis moest nadat ze haar vinger had bezeerd, Agni. Hoe gaat het nu met haar?
Agni: Ja, ik dacht dat ze na een val haar vinger had gebroken, maar uit onderzoek in het ziekenhuis bleek gelukkig dat dat niet zo was. Daar was ik ontzettend blij mee. Het gebeurde ook nog eens de dag voordat onze vakantie begon. Die vakantie zou wel heel slecht zijn begonnen als haar vinger daadwerkelijk gebroken was geweest. Maar gelukkig viel het allemaal mee. En trouwens: sorry dat ik toen moest afzeggen.
Je hoeft je daar echt niet druk om te maken, dat is volkomen begrijpelijk. Nu er gelukkig geen sprake van letsel is en jullie hopelijk met een uitgerust hoofd uit de vakantie zijn teruggekomen, laten we eens naar jullie nieuwe album Ydos kijken.
Agni: Zeker. Laten we eens kijken wat je van ons wilt weten.
De titel Ydos verwijst naar menselijke ondeugden of gebreken. In de tien nummers verkennen jullie de relaties met de gebreken die we allemaal in ons dragen, waarbij jullie aan elk gebrek een nummer wijden. Wanneer ontstond het idee om iedere ondeugd een eigen naam, persoonlijkheid en verhaal te geven? Waarom wilde je juist over de donkere kanten van de mens een volledig album maken?
Agni: Nou, kijk gewoon eens om je heen in de wereld. Het is niet zo moeilijk om voorbeelden te vinden van de tekortkomingen van de mensheid, toch? Ik weet nog dat Sime, onze bassist, en ik het hierover hadden tijdens een van onze schrijfsessies. Deze keer hadden we vanaf het begin een duidelijk doel: we wilden een volledig album schrijven. Dat was behoorlijk anders dan hoe we daarvoor werkten. In het verleden schreven we meestal nummer voor nummer of stelden we geleidelijk een EP samen, waarbij sommige songs soms al een tijdje op de plank lagen. Toen we over de nieuwe plaat spraken, begonnen we te kijken naar bands die conceptalbums hadden gemaakt en dachten we: waarom zouden wij niet iets vergelijkbaars proberen? Vanaf dat moment kwam het idee eigenlijk heel vanzelfsprekend tot stand.
In het begin werd het idee vooral aangestuurd door het visuele concept. We hadden al een locatie in gedachten en Sime en ik begonnen ons voor te stellen welk beeld we daar wilden creëren en wat voor verhaal we op die plek konden vertellen. De grond was er volledig bedekt met een wit materiaal dat op zand leek, hoewel het geen zand was, maar een soort chemisch bijproduct van een industrieel proces. Dat is de locatie die je ook ziet in de video van Motina. Toen we dat beeld eenmaal in ons hoofd hadden, begonnen we te denken dat het een interessante setting voor een videoclip zou kunnen zijn.
We vonden het idee mooi dat er iets geboren zou worden op zo’n puur, bijna onaangetast landschap. Van daaruit ontstond vrij vanzelfsprekend het idee dat die figuren demonen zouden kunnen zijn. Vervolgens begonnen we ons af te vragen wie ze waren en waar ze voor stonden. Zo kwamen we uit bij het idee dat ze menselijke ondeugden belichamen: demonen die naar de aarde afdalen en zich tussen de mensen begeven. Ik denk dat het oorspronkelijke concept echt uit dat ene visuele beeld is voortgekomen. We begonnen simpelweg te fantaseren over wat er op die plek zou kunnen gebeuren. Zo benader ik teksten trouwens ook vaak. Een nummer kan beginnen met een visueel idee: ik zie een beeld dat mooi of intrigerend is en waarin als het ware al een verhaal besloten ligt. Van daaruit begin ik dat verhaal verder uit te werken in de tekst.
Mazvis: Grappig dat je dat zegt. Bij bijna elke videoclip komt er wel een moment waarop iemand zegt: “Misschien moeten we deze keer gewoon de band ergens laten spelen.”
Agni: Misschien doen we dat ooit nog eens, als we echt geen ideeën meer hebben. Maar voorlopig is dat nog niet gebeurd.
Mazvis: Tot nu toe is elke video eigenlijk meer een soort korte film geweest, met een eigen verhaal en heel veel details om te ontdekken. Dat maakt elke release ook extra spannend, omdat we benieuwd zijn hoe mensen niet alleen op het nummer reageren, maar ook op het visuele verhaal dat erbij hoort. De video moet veel meer zijn dan alleen beelden van ons die het nummer spelen. Natuurlijk maken we het onszelf misschien ook moeilijk door de lat zo hoog te leggen. Maar tegelijkertijd vinden we het juist ontzettend leuk. We kijken altijd uit naar de definitieve montage en zijn benieuwd hoe al die ideeën uiteindelijk samenkomen.
Agni: Eigenlijk is dat idee van een soort minifilm maken echt onderdeel van ons schrijfproces. Het visuele concept komt vaak eerst en raakt daarna nauw verweven met de muziek. Ik heb veel nummers op die manier geschreven. Zoals ik eerder al zei, begin ik vaak met het visualiseren van een verhaal. Dat helpt me vervolgens op een heel natuurlijke manier om de tekst uit te werken en het verhaal af te ronden. Als je dat beeld eenmaal in je hoofd hebt, wordt het ook veel makkelijker om de muziek eromheen te creëren. Je begint dan niet meer helemaal vanaf nul en hoeft ook niet achteraf beelden te zoeken bij een nummer dat in het begin eigenlijk nog geen duidelijk idee had. Het concept zit al in je hoofd: je hoeft het alleen nog maar concreet te maken.
Herken je bepaalde ondeugden die op het album voorbijkomen ook in jezelf? En maakte dat het schrijven persoonlijker of juist ongemakkelijker?
Agni: O ja, ik denk dat in ieder van die tekortkomingen wel een klein stukje van onszelf zit. We hebben ze allemaal op de een of andere manier meegemaakt. Volgens mij komt ieder van ons dit soort gebreken op een bepaald moment in zijn leven tegen. Niemand is foutloos, dus in die zin horen ze simpelweg bij het mens-zijn. Revana, dat over wraak gaat, vond ik tekstueel wel behoorlijk lastig om te schrijven. Ik ben niet echt iemand die dingen lang vasthoudt of uit is op wraak. Ik laat dingen meestal los en ga verder. Daardoor vond ik het in eerste instantie moeilijk om iets persoonlijks te vinden waarmee ik me met dat gevoel kon verbinden en waarop ik de tekst kon bouwen. Uiteindelijk heb ik natuurlijk wel iets gevonden.
Mazvis: Ik denk dat laatste: meer als een natuurlijke ontwikkeling. Op het vorige album combineerden en vermengden we elektronische elementen al met zwaardere riffs. Op deze plaat leunen we veel sterker op de elektronische kant. Veel nummers begonnen doordat we iets interessants vonden, wat dat ook maar was: een sample, een geluid of gewoon een bepaald concept. Van daaruit bouwden we de rest van het nummer op. Ik denk dus dat die verschuiving heel natuurlijk is ontstaan. Als je jezelf dwingt om bepaalde elementen op te zoeken, worden ze niet echt een deel van wie je bent. Je muziek moet weerspiegelen wie jij bent, in plaats van wat je denkt dat mensen willen horen. Tegelijkertijd proberen we onszelf wel te blijven ontwikkelen en te voorkomen dat we te veel in herhaling vallen.
Is dat niet een uitdaging waar veel muzikanten mee te maken hebben? Je wilt dat mensen je geluid herkennen, maar tegelijkertijd wil je ook nieuwe ideeën verkennen en jezelf blijven ontwikkelen. De moeilijkheid zit hem in het vinden van de juiste balans, omdat je nooit precies weet hoe luisteraars zullen reageren als je te veel verandert.
Mazvis: Eerlijk gezegd denk ik daar zelf niet echt op die manier over. Als ik muzikanten hoor zeggen: “Dit album is compleet anders,” luister je er vervolgens naar en herken je meestal meteen wie het is.
Agni: Voor de muzikanten zelf kunnen die verschillen enorm aanvoelen, terwijl luisteraars die kleinere veranderingen vaak niet eens opmerken.
Mazvis: Ik denk niet dat we er bewust naar streven om als Black Spikes te klinken. We doen gewoon wat voor ons natuurlijk voelt en uiteindelijk klinkt het dan vanzelf als ons. En dat is prima. We gebruiken sowieso zoveel verschillende elementen in onze muziek dat er genoeg ruimte is om te experimenteren en ons verder te ontwikkelen zonder onze identiteit kwijt te raken.

Jullie gebruiken inderdaad veel verschillende elementen in jullie muziek. In Melas worden bijvoorbeeld trapbeats en rap gecombineerd met onder meer moderne en progressieve metal. Hoe zorgen jullie ervoor dat al die verschillende elementen toch als één samenhangend geheel blijven klinken? Hoe voorkom je dat zulke uiteenlopende invloeden als losse toevoegingen aanvoelen?
Mazvis: Dat is een goede vraag. Ons schrijfproces verloopt meestal heel iteratief. Een nummer kan bijvoorbeeld beginnen met een gitaarriff, eventueel gecombineerd met wat geprogrammeerde beats, en dat beschouwen we dan als de eerste versie. Vervolgens kan Agnieszka ermee aan de slag gaan en het in een compleet andere vorm terugsturen, bijvoorbeeld met een rapgedeelte erbij. Dan beseffen we ineens dat het eigenlijk heel goed werkt. Van daaruit gaan we terug naar het oorspronkelijke idee en passen we dat aan, zodat de verschillende elementen natuurlijker in elkaar overvloeien. Er gaat dus meestal behoorlijk wat heen en weer voordat alles echt samenvalt. Eigenlijk is het vooral veel bijschaven. Een nummer doorloopt simpelweg heel wat stappen voordat het uiteindelijk als één min of meer samenhangend geheel klinkt.
Agni: Ik denk dat een van onze sterke punten is dat drie van ons intensief betrokken zijn bij het schrijven van het grootste deel van de muziek. Yaga is een erg getalenteerde songwriter, dus veel van de eerste ideeën komen van hem. Ik experimenteer daar vervolgens vrijuit mee: ik knip stukken weg, verander dingen of voeg juist iets compleet anders toe. Dan heb je bijvoorbeeld Sime, die een enorme blackmetalfan is en ineens kan zeggen: “Dit stuk moet meer black metal zijn.” En dan proberen we dat gewoon. Wat voor ons goed werkt, is dat we elkaars ideeën niet meteen afwijzen. Er is niet één persoon die bepaalt wat goed of fout is, of wat wel en niet werkt. We brengen simpelweg al die verschillende invloeden bij elkaar, staan open voor elkaars ideeën en proberen er samen iets van te maken.
De teksten zijn opnieuw grotendeels in het Litouws, terwijl Black Spikes via Napalm Records inmiddels een veel groter internationaal publiek bereikt. Waarom blijft zingen in jullie moedertaal zo belangrijk? Kun je emoties in het Litouws anders of intenser uitdrukken dan in het Engels?
Agni: Je hebt absoluut gelijk dat het gebruik van je moedertaal het makkelijker maakt om eerlijk te zijn en tekstueel meer de diepte in te gaan. Dat is één van de belangrijkste redenen waarom we nog altijd in het Litouws schrijven. Toen Titas en ik de band begonnen, hadden we heel sterk het gevoel dat we een Litouwse band waren die muziek maakte voor Litouwse mensen. Daarom voelde het volkomen natuurlijk om in onze eigen taal te schrijven. In het begin hadden we eigenlijk ook helemaal niet de grote ambitie om een internationaal publiek te bereiken. We richtten ons veel meer op de Litouwse scene. In de loop der tijd ontdekten we echter, tot mijn grote verrassing, dat buitenlandse luisteraars het Litouws juist erg interessant vinden. Daar ben ik nu heel blij mee en het is iets wat ik koester. Als ik dezelfde nummers in het Engels zou zingen, denk ik dat we misschien als duizend andere bands zouden gaan klinken. Dit voelt oprechter.
Mazvis: We hebben bij bepaalde nummers zelfs A/B-tests gedaan door ze zowel in het Engels als in het Litouws uit te proberen. In sommige gevallen klonk de Litouwse versie gewoon beter. Het gaf de nummers iets meer onderscheid, dat we in het Engels misten. Tegelijkertijd proberen we vertalingen beschikbaar te stellen voor mensen die geïnteresseerd zijn in de betekenis van de teksten. Soms voegt alleen al het weten waar een nummer over gaat, bijvoorbeeld dat het verwijst naar een bepaalde heksenjacht, een extra laag toe aan de luisterervaring. Een beetje context kan een nummer net wat meer diepgang geven. En als het bij een nummer past, zullen we ook Engels gebruiken. We hebben een paar songs waarin Engels voorkomt.
Agni: We hebben bijvoorbeeld een nummer met een refrein in het Oekraïens (Užkalbėjimai / Замовляння). Ik schreef die tekst kort nadat de oorlog was begonnen, hoewel we het nummer pas twee of drie jaar later uitbrachten. Tegen die tijd vroeg ik me af of we dat gedeelte niet in het Litouws moesten herschrijven, zodat alles in dezelfde taal zou blijven. Maar toen we het probeerden, klonk het simpelweg niet zo goed als de Oekraïense versie. Ik heb iets vergelijkbaars meegemaakt toen ik in het Engels probeerde te schrijven. Soms voelt het gewoon niet goed. We sluiten andere talen dus zeker niet uit, maar we gebruiken ze alleen wanneer ze echt bij het nummer passen.
Mazvis: Sommige mensen vinden het misschien belangrijk om ieder woord te kunnen begrijpen, maar ik denk dat taal in metal veel minder een barrière vormt. Je bent in dit genre sowieso gewend aan vocalen met screams en grunts, waarbij de teksten lang niet altijd meteen te verstaan zijn. Dat weerhoudt mensen er meestal niet van om naar de muziek te luisteren, zeker niet binnen metal.
Ydos wordt jullie eerste release via Napalm Records. Wat veranderde er voor Black Spikes nadat jullie bij hen tekenden, zowel praktisch als in de manier waarop jullie naar de toekomst van de band kijken?
Agni: Ik denk dat het belangrijkste is dat we er nog steeds zijn, dat we nog steeds bestaan, en in veel opzichten hebben we dat aan Napalm Records te danken. Zij vonden ons precies op het juiste moment, toen we moeite hadden om de motivatie te vinden om met de band door te gaan. Nadat zij in beeld kwamen, begon er veel te veranderen. Nu voelen we ons weer veel gemotiveerder en steken we opnieuw enorm veel energie in de muziek. In die zin hebben ze ons echt gered. Voor ons is tekenen bij Napalm Records een droom die uitkomt, zeker omdat we uit zo’n klein land komen. Er zijn niet veel bands uit Litouwen, of zelfs uit de Baltische staten als geheel, die de kans krijgen om met een label van dat formaat samen te werken. Dat een bedrijf als Napalm Records vertrouwen heeft in wat wij doen, heeft ons enorm veel motivatie en zelfvertrouwen gegeven om verder te gaan.
Jullie zijn muzikaal bepaald geen conservatieve band. Veel mensen binnen de metalscene staan bekend als behoorlijk behoudend, al zijn er natuurlijk ook genoeg luisteraars die juist openstaan voor nieuwe dingen. Dat betekent waarschijnlijk dat mensen snel een uitgesproken mening hebben, en via sociale media wordt die tegenwoordig net zo snel de wereld in geslingerd. Hoe gaan jullie om met dat soort kritiek?
Agni: Ik denk dat we jarenlang precies in die positie hebben gezeten in Litouwen. De metalscene hier is vrij klein en in sommige opzichten behoorlijk conservatief, dus lange tijd waren wij een beetje het zwarte schaap. Veel mensen hier houden van oldschool death metal, black metal en andere meer traditionele stijlen. Wij kwamen juist met dingen als trapbeats, waardoor we eigenlijk nooit echt binnen die scene pasten. Daardoor kregen we door de jaren heen behoorlijk wat verschillende, en niet altijd even positieve, reacties. Dat was ook een van de redenen waarom we op een gegeven moment de motivatie begonnen te verliezen om muziek te blijven maken. We stopten enorm veel tijd, energie en geld in de band, terwijl we vaak het gevoel hadden dat wat we deden in eigen land niet echt werd begrepen of gewaardeerd. Lange tijd voelde het alsof onze muziek alleen voor onszelf van betekenis was. En als je dat gevoel heel lang houdt, ga je je uiteindelijk afvragen waarom je eigenlijk nog zou doorgaan.
Mazvis: Daarom gaf Napalm Records ons zo’n enorme boost in zelfvertrouwen. Het werd veel makkelijker om negatieve reacties naast ons neer te leggen toen we eenmaal wisten dat er iemand in ons geloofde en bereid was om de band op dat niveau te ondersteunen.
Agni: Sinds we bij Napalm Records hebben getekend en de nieuwe nummers zijn verschenen, merken we bovendien dat we veel minder negatieve reacties krijgen, vooral van luisteraars uit het buitenland. Op dit moment voelen we ons dan ook veel zekerder over wat we doen. Er zijn momenten geweest waarop het moeilijk was om in Litouwen een band als de onze te zijn, maar inmiddels voelt dat heel anders.
Mazvis: Ik denk dat we inmiddels ook gewoon ons publiek hebben gevonden: de mensen die echt leuk vinden wat we doen. En dat is waarschijnlijk het mooiste eraan.
Agni: We hebben al een paar festivals voor volgend jaar op de planning staan en daarnaast willen we hier in Litouwen een releaseshow voor het album doen, waarschijnlijk in oktober of november. Verder zijn er op dit moment nog geen grote tourplannen. We bespreken wel verschillende mogelijkheden voor volgend jaar en kijken ernaar uit om te zien wat daaruit voortkomt. Ik heb er vertrouwen in dat er iets gaat gebeuren, maar voorlopig is er nog niets concreets afgesproken. Wat we ook gaan doen, het moet voor ons wel logisch en haalbaar zijn. Het moet een interessante kans zijn, maar ook iets dat realistisch in ons leven past.
Ik zie dat onze tijd er bijna op zit, dus voordat we afronden: is er nog iets wat jullie graag willen toevoegen? Misschien een vraag aan mij, of nog een paar beroemde laatste woorden?
Agni: Heel erg bedankt! Voor ons is het zo goed. Ik ben eigenlijk vooral benieuwd: zijn er nummers die jij je herinnert als je favorieten?
Over het algemeen vind ik vooral de sterke dynamische contrasten en de afwisseling in de vocalen erg goed. Dat komt bijvoorbeeld sterk naar voren in nummers als Melas, Mara en Apatija. Het nummer dat er voor mij het meest uitspringt, is echter Aurea, de eerste single. Het begint met een intrigerende dancebeat, waarna de blastbeats binnenvallen onder etherische vocalen. Vervolgens valt het nummer heel even bijna helemaal stil, voordat de brullende vocalen het overnemen. In heel korte tijd gebeurt er enorm veel qua contrast. De video voegt daar bovendien nog een extra laag aan toe, met de drie verschillende levensfasen en het kleine meisje dat door de beelden heen rent.
Agni: Bedankt voor de feedback. Ben je verbaasd als ik je vertel dat het meisje in de video hetzelfde meisje is dat bijna haar vinger had gebroken?
Dat vermoedde ik inderdaad al een beetje, maar ik wist het niet zeker. Bedankt voor de bevestiging. Ik vind zo’n persoonlijke toevoeging aan een video erg fraai. Nogmaals bedankt voor jullie vriendelijkheid en openheid.
Agni: Dank je wel, Patrick. Fijn weekend, zorg goed voor jezelf en misschien zien we elkaar tijdens een toekomstige tour. Tot dan!
Links:


