Boötes Void – Panta Rhei

Alles is voortdurend in beweging. Niets blijft voor altijd hetzelfde en niemand is morgen nog precies wie hij vandaag is. Verandering is geen uitzondering, maar een onvermijdelijk deel van het bestaan. Dat uitgangspunt, verwoord in het aan Heraclitus toegeschreven ‘panta rhei’, diende als inspiratie voor het derde studioalbum van Boötes Void. Dat de band uit Würzburg de plaat Panta Rhei heeft genoemd, ligt dan ook voor de hand. De vraag is vooral hoe die gedachte zich in de muziek laat horen.

Zowel op het debuutalbum C.O.L.D. uit 2022 als op het een jaar later verschenen Singularity liet Boötes Void rauwe black metal met een atmosferische inslag horen waarin snelle blastbeats, repetitieve riffs en schurende vocalen de boventoon voeren. Tragere passages, melodische gitaarpartijen, gesproken fragmenten en sporadisch cleane zang zorgen daarbij voor de nodige afwisseling. De titel van het nieuwe album wekt wellicht de indruk dat de muziek van Boötes Void flink op de schop is gegaan. Verandering is er zeker, maar de muzikale bakens zijn ook weer niet zo verzet dat van een rigoureuze koerswijziging kan worden gesproken.

Panta Rhei bestaat uit atmosferische black metal met een nadruk op bijtende riffs, melodische gitaarlijnen die over riffs en blastbeats heen worden gelegd, plotse drumuitbarstingen en raspende vocalen. De blastbeats en agressie zijn dus allerminst verdwenen, maar worden nadrukkelijker afgewisseld met langere, sfeervolle passages en meeslepende gitaarmelodieën. Nummers als Shapers Of The End en Nebula vertragen geregeld en maken ruimte voor uitwaaierende gitaarmelodieën, langere spanningsbogen en ruimtelijker klinkende stukken, voordat de band weer terugkeert naar blastbeats en agressie. De nummers klinken donkerder en zwaarder dan voorheen en ademen spanning, kilte of melancholie. Kleine details, zoals de kille wind aan het begin van Nihil, kleuren dat gevoel nog sterker in. Waar de vorige platen sterk leunden op repetitieve riffs, snelheid en een vrij directe blackmetalbasis, geeft Boötes Void de composities op Panta Rhei meer ademruimte. Het album klinkt daardoor breder en dynamischer, zonder dat het vijftal zijn vertrouwde geluid uit het oog verliest. Daar staat tegenover dat de repetitieve riffstructuren nog altijd zo nadrukkelijk aanwezig zijn dat de plaat op sommige momenten wat aan variatie kan verliezen.

De gedachte van Heraclitus dat alles voortdurend verandert en niets blijvend hetzelfde is, vormt tekstueel de rode draad van het album. Zo richt Crown Of Vermin zich op onderdrukkende machtssystemen, behandelt Shapers Of The End machteloosheid en collectieve zelfdestructie en staat in Onwards To Our Death de vergankelijkheid centraal. Nummer voor nummer en thema voor thema bouwt het album toe naar de titeltrack, die rechtstreeks aansluit op de filosofie van Heraclitus: verandering is niet iets om je tegen te verzetten, maar een onvermijdelijk onderdeel van het bestaan. Het sfeervolle en ingetogen Requiem lijkt vervolgens in het teken te staan van het aanvaarden van een einde en vormt daarmee een berustende, passende afsluiting.

Wie bij een titel als Panta Rhei een radicale metamorfose verwacht, zal die op het nieuwe album van Boötes Void niet aantreffen. Eerder is sprake van een verbreding en verfijning van het bestaande geluid en daar is in dit geval helemaal niets mis mee. Op Panta Rhei vormen atmosfeer, agressie en beweging samen de kern van het album en versterken elkaar voortdurend. Juist in die subtiele verschuivingen laat Boötes Void horen dat verandering niet altijd groot hoeft te zijn om betekenisvol te voelen.

Score:

80/100

Label:

Vendetta Records , 2026

Tracklisting:

  1. Crown Of Vermin
  2. Shapers Of The End
  3. Nihil
  4. Onwards To Our Death
  5. Lost In Oblivion
  6. Nebula
  7. Panta Rhei
  8. Requiem

Line-up:

  • Boötes – Vocalen
  • Corvus – Gitaar, vocalen
  • Draktar – Gitaar
  • Cygnus – Basitaar, vocalen
  • Otis – Drums

Links: