Soulcrusher Zaterdag: Rookgordijnen en breuklijnen

Als de warme zomermaanden met hun openluchtfestivals langzaam achter ons verdwijnen, is er altijd één festival dat de overgang naar de herfst het best begeleidt: Soulcrusher. Het tweedaagse Nijmeegse evenement heeft al jaren een neus voor kwaliteit op het gebied van extreme metal. Dit jaar markeert alweer de negende editie, waarbij de organisatie weer de nodige bekende namen heeft geboekt, maar zoals altijd ook wat parels uit de underground. Voor de vierde keer op rij doen Friso (tekst) en Ruth (foto’s) verslag. Dag 2 was er een met rookgordijnen en breuklijnen. 

Lees ook het verslag van dag 1.

Waar veel bands dit weekend hard, hoekig of smerig uit de hoek komen, voelt Anciients als een warm bad. Deze band heeft een fijn geluid, met name dankzij de gitaren. Dat past ook wel bij de mengelmoes van classick rock, stoner en sludge, aangevuld met allerlei harmonische zangarrangementen. Dat is meteen te horen in opener Forbidden Sanctuary en het daaropvolgende The Torch, beiden afkomstig van de goed ontvangen laatste plaat Beyond The Reach Of The Sun. Al in deze eerste nummers laat de band horen vermoedelijk de mooiste gitaar harmonieën te hebben van deze editie van Soulcrusher.

Toch is het niet alleen maar zalvend en rustig. Bij vlagen knalt Anciients stevig uit de hoek, wat deels op het conto geschreven kan worden van zanger Kenny, die zijn cavemanbrul af en toe tevoorschijn haalt. Dat gebeurt soms behoorlijk abrupt: zit je net te genieten van mooie gitaarlijnen, krijg je ineens een lompe break om de oren. Maar dat houdt wel de aandacht erbij en het wordt helemaal fraai als die twee gecombineerd worden zoals in Following The Voice en Cloak in the Vast and Black.

Ook aan de livepresentatie is duidelijk aandacht besteed. Dat zie je terug in de belichting, die het soms doet lijken alsof er pilaren op het podium staan, waartussen de band speelt. En zo gebeurt er elk nummer wel iets tofs, waardoor de show bijna het karakter van en verhaal krijgt. Een verhaal van woestheid en warmte. En daar is dag twee fijn mee te beginnen.

Ik heb onze fotografe Ruth dertig keer gevraagd hoe ik dit nu uit moet spreken. Dertig keer antwoorde ze ‘boter’. Dus Beurre. Het is een woord dat een klank heeft die je ook kan produceren als je iets ondefinieerbaars hebt gegeten en moet rennen om dat eruit te krijgen. Welnu, ondefinieerbaar is Beurre bij vlagen ook. Het is een muziektrio dat wegblijft van gebaande paden en geijkte songstructuren. Soms is het dan ook lastig te ontrafelen waar een song begint en waar het eindigt.

In eerste instantie lijkt het alsof er willekeurig wat platen uit een kast zijn getrokken en die op een hoop zijn geknikkerd. Zo zijn er overduidelijk de noise- en electro-invloeden en dat komt misschien wel omdat bassist Chadi verdacht veel weg heeft van The Mars Volta-gitarist Omar Rodríguez-López. Het draait bij Beurre echter vooral om impact en beleving. Je moet dit ondergaan, of het nu gaat om het machinale gehak van de drummer, de onophoudelijk ratelende stroboscopen of het ondefinieerbare geschreeuw van Elischa: dit moet je voelen.

Soms tekent zich iets af dat op en songstructuur lijkt en bij vlagen hoor ik zelfs sfeerlijnen die in de verte wat aan Five the Hierophant doen denken. Op andere momenten is het vooral het ritme dat beklijft. Fascinerend is het in ieder geval wel en de band speelt met volle overgave. De geluidsman ook; het geluid is spijkerhard, maar goed, dat moet ook wel bij deze muziek. De grootste verrassing zit echter in de finale. Een tegen post-metal aanschurende riff blijft maar doorgaan en krijgt gaandeweg iets hypnotiserend. De herhaling beukt door en bouwt de spanning steeds verder op. Het is een overweldigend einde van de show. Degenen die het hebben volgehouden worden dan ook rijkelijk beloond.

Wat doe je als je Amenra niet kunt boeken? Dan boek je Dimscua uit Engeland. De band bracht vorig jaar de plaat Dust Eater uit, die volstond met, nou ja, door Amenra geschoeide post metal. Alhoewel er bij Dimscua nog wel wat meer postrockinvloeden te horen waren, was het niet lastig te raden waar men de mosterd vandaan haalt. Toch wel benieuwd wat deze band dan live te bieden heeft.

Dat blijkt in ieder geval sfeervol te beginnen. Onder diep rode lampen en in een dikke laag rook trapt de band af, waarbij de bandleden alleen aan hun silhouetten te herkennen zijn. Dat past natuurlijk goed bij deze muziek, net als het zware geluid en de archetypische opbouw van Elder Bairn. Vernieuwend is het allemaal niet, maar bij vlagen laat Dimusca wel horen wat zij in hun mars ebben, zoals in The Dusteater, waarin de muziek en de zang wat intenser worden aangezet. Dat geldt voor de muziek, maar ook voor de zang. Wat ik persoonlijk wel prettig vind is dat er wel contact wordt gezocht met het publiek en de band een open uitstraling heeft. Nu worden er geen hele verhalen uitgewisseld: we moeten het doen met wat dankbetuigingen. Dat is ook prima. De muziek sleept het publiek vanzelf mee, met veel repetitieve gitaarlijnen die een hoogtepunt bereiken in Existence/Futility. Het is fijne muziek om je door te laten meevoeren. Dat het niet origineel is, maakt daarbij niet eens zoveel uit. Zo midden op de dag is dit precies het soort muziek dat het publiek nodig heeft en weet te waarderen, getuige van het enthousiaste onthaal en de zaal die continu vol blijft staan.

Dimscua bestaat nog niet zo lang, maar aan de overgangen mag de band nog wel werken. Die zijn vaak nogal abrupt en lijken meteen op een climax af te stevenen. Het voelt soms alsof de verschillende partijen niet vloeiend in elkaar laten overlopen, maar simpelweg achter elkaar zijn geplakt. Daardoor mist de uiteindelijke uitbarsting de impact die het zou kunnen hebben als er meer dreiging in de opbouw zou zitten. Daarnaast, en dat is een persoonlijke smaak, vind ik de spoken word bij vlagen enorm cringy, maar goed; misschien dat mensen een boodschap halen  uit de teksten van Alex. Ik focus me liever op de muziek, en die is prima. Ik ben benieuwd hoe Dismcua zich de komende jaren verder ontwikkelt.

Tijd voor de beste black metalband van het moment (ja, kom maar door met de haatmails): Ultha. Een band die zichzelf niet snel herhaald en continu op zoek is naar nieuwe invalshoeken, zo bleek ook uit de wereldplaat A Light So Dim die eerder dit jaar plotsklaps op de markt werd gekieperd. Een melancholische plaat, met veel invloeden voor de synthesizers en post-punk, maar bij vlagen nog altijd keihard en gelaagd klinkt.

Voordat de band opkomt moeten de rookmachines flink aan de bak. Wat heet: het complete podium en zaal vullen zich met rook, waardoor er nauwelijks iets te zien is, behalve de silhouetten van de bandleden. Die staan onder onveranderlijk rood licht hun ding te doen. Het oogt bijzonder sfeervol, helemaal met de synthesizers die de muziek van een extra dimensie voorzien. Ultha is een zekerheid live, en verzaakt nooit. Wat vandaag wel opvalt is het enthousiasme van de bandleden, die bij sommige stukken helemaal uit hun dak gaan. Dat gebeurt bijvoorbeeld aan het begin van Dispel (vermorzelende versie), waarbij Ralph uit enthousiasme twee vuisten de lucht in steekt.

Persoonlijk ben ik benieuwd of de nieuwe nummers live ook werken. Welnu; Ultha speelt Her Singing Limbs als tweede nummer, en dat is best gedurfd gezien de afwijkende aanpak en het contrast met het gebruikelijke blastfeest. Het nummer blijft wel overeind staan, al voelt het ietwat vreemd tussen het overige geweld. Wel mooi om te horen dat de cleane vocals van Ralph live net zo klinken als op plaat.

Het wordt een lange, slepende show waarin band en publiek één lijken te worden, al helpen de rookmachines daar ongetwijfeld bij. Het voelt alsof we met zijn allen in een voorportaal van de hel staan waar de tremolo riffs onafgebroken op je af worden gevuurd. Maar het is niet alleen maar blasten wat de klok slaat. Bij Her Singing Limbs krijgen we bijvoorbeeld even de kans op een soort van adem komen. Daarna gaan we weer voluit, met de zoals de eerdergenoemde verwoestende uitvoering van Dispel en Der Alte Friend, dat een prachtige spanningsboog kent. En dat is toch wel de kracht van Ultha; ondanks de lange nummers en de repetitieve lijnen zitten er altijd hooks en melodieën in de muziek verweven die je aandacht erbij houden. De ene keer is dat een sterk zangstuk, de andere keer is het brute gehak van het einde van To Part The Abelia Springs dat de kans biedt voor de band om nog één keer volledig uit zijn dak te gaan. Beste show van de dag.

Crouch doet ondertussen zijn boze mannending en bulldozert de kleine zaal zonder compromis aan gort. Deze noise-rock/metal komt hard aan, met gemene, hoekige gitaarlijnen. Dit is muziek die je moet voelen. Je kunt het eentonig noemen: voor afwisseling moet je het zoeken bij (lange) samples en heel af en toe een afwijking in het gitaargeluid. Voor de rest staat het optreden volledig in het teken van verplettering.

Het Portugese Gaerea staat voor de derde keer op Soulcrusher. Het grote verschil ten opzichte van de vorige edities is dat de band een vrij drastische koerswijziging heeft ondergaan. Waar de eerste platen volstonden met kwalitatief hoogstaande post-black metal, is de laatste plaat Loss meer een amalgaan van black metal, nu-metal en metalcore. En dat is best gek. Nog gekker is dat de band deze plaat centraal stelt in de setlist. Dat is enerzijds gedurfd, omdat het Soulcrusher-publiek wellicht een ietwat hardere smaak en voorkeur geeft aan het oudere werk. Anderzijds is het  ook wel een beetje jammer. Dat je je geluid omgooit oké, we hoeven niet allemaal Motörhead of Obituary te zijn. Maar om die koerswijziging vervolgens live zo nadrukkelijk te benadrukken met bijna alleen maar nummers van je nieuwe plaat… wellicht was een tussenstap hierin beter geweest.

Hoe dan ook, de band opent vandaag verassend met het intro van Nomad, dat door gitariste Sonja bijzonder zuiver wordt gezongen. Het is wederom een gedurfde set van de band en maakt nieuwsgierig wat er gaat komen. Welnu, had Gaerea ten tijde van Coma een fraai aangekleed podium met verlichte halve manen en een ietwat mystieke sfeer, nu zijn de ornamenten verdwenen. Soulcrusher wordt begroet alsof de band op een Grasoppodium staat staat. Wat de Jera on Air is dit, appt hoofdredacteur Pim mij na een paar minuten. Tsja, daar valt veel voor te zeggen, want de manier waarop zanger Alpha vandaag het publiek probeert te bespelen heeft meer weg van een mainstageshow op Jera dan op het doorgaans ietwat ingetogen sfeer van Soulcrusher.

We moeten onze handen heen en weer zwaaien, er moet een cirle pit komen, een wall of death, springen op commando: het houdt allemaal niet op en het is mijns inziens echt te veel. Het vertroebelt bovendien de kwaliteit van nummers als Hellbound, Cyclone en Nomad, al worden deze ietwat rommelig gebracht. Maar elk nummer gaat gepaard met een hoop geroeptoeter. Alpha heeft bovendien een quotum aan Soulcrusher-kreten te halen, gelijk aan hoe Robb Flynn doorgaans tekeer gaat.

Tussen al dat gezwets door beweegt Alpha zich nog altijd als een ballerina, iets wat bij deze muziek alleen veel logischer overkomt dan bij het oudere werk. Dat oude werk komt overigens nog wel voorbij, zo staat World Ablaze in het middenpunt en aan het eind, als de haven in zicht is, wordt nog Hope Shatters gespeeld. Prima uitvoeringen, maar ik vraag me af of de band dit nu als verplichtte kost beschouwd. Ik had in ieder geval wel liever die Gaerea. En ik ben niet alleen, getuige de zaal die vakkundig leeggespeeld is. Ik betwijfel of er nog een vierde keer Soulcrusher komt voor Gaerea.

Uiteraard werden er nog veel meer momenten vastgelegd die geen plek in dit verslag hebben gekregen: die foto’s vind je hieronder.

(Defacement)

(King Woman)

(Sylvaine)

(Wrong Man)

(Living Gate)

Lees ook het verslag van dag 1.

Datum en locatie

10 oktober 2026, Doornroosje, Nijmegen

Foto's:

Ruth Mampuys (Ruth-Less Photography website en Facebook)

Link: