Voor het derde jaar op rij strijkt Pelagic Fest neer in de Maastrichtse Muziekgieterij. Met oude platen die nieuw leven krijgen, nieuwe muziek die voor het eerst het podium bereikt en een volledig herbouwd The Ocean blijkt stilstand bepaald niet in het woordenboek van Pelagic Records te staan. Ergens tussen twee podia en een foyer gevuld met internationaal publiek ontstaat ondertussen iets dat groter is dan alleen een festival.

Een festival rond een platenlabel. Dat klinkt al snel als twee dagen netjes uitstallen wat er in de eigen catalogus te vinden is. Bij Pelagic Records ligt dat iets ingewikkelder. Het Berlijnse label werd in 2009 opgericht door The Ocean-gitarist Robin Staps en heeft zich sindsdien nooit erg druk gemaakt om strakke genregrenzen. Post-rock, post-metal en progressieve metal vormen misschien de ruggengraat, maar daaromheen mag het behoorlijk alle kanten op. Als muziek maar iets eigens heeft, uitdaagt en bij voorkeur niet klinkt alsof iemand anders het al tien keer eerder heeft gedaan. Pelagic Fest bestond eerder al in Berlijn, maar werd in 2024, na zes jaar afwezigheid, nieuw leven ingeblazen in de Maastrichtse Muziekgieterij. Dat beviel blijkbaar goed. Inmiddels zijn we drie jaar verder en lijkt het festival hier zijn vaste thuis te hebben gevonden.
Twee dagen, twee zalen en een programma waarop bekende namen uit de Pelagic-familie naast bands staan die daar muzikaal uitstekend tussen passen. Net in dit derde Maastrichtse jaar valt iets op. Veel artiesten lijken dit weekend ergens onderweg te zijn. Nieuwe albums worden voor het eerst aan een publiek voorgelegd, twintig jaar oude muziek krijgt een nieuw leven en verschillende bands bevinden zich midden in een volgende fase van hun bestaan. Het geldt misschien wel het sterkst voor The Ocean zelf, dat na een ingrijpende bezettingswisseling in Maastricht aan een compleet nieuw hoofdstuk begint.
+++ DAG 1 +++
PREYRS (16:00 – 16:40, small stage)
De ondankbare taak om het weekend op gang te trappen is aan PREYRS. Van enige voorzichtigheid is bij de Noord-Ieren echter geen sprake. Zangeres Amy Montgomery eist vanaf de eerste minuten de aandacht op. Excentriek, charismatisch, beweeglijk en theatraal, maar zonder dat het een kunstje wordt. Haar heerlijk rauwe stem vormt het middelpunt van een band die live opvallend weinig leunt op de elektronische elementen die op plaat nadrukkelijker aanwezig zijn. Wat overblijft is vooral een verdomd lekkere rockband die meteen vol overgave speelt. De rollende drums, samenzang en een bezwerende baslijn vallen op. Waar op plaat de elektronische kant iets meer naar voren komt, staat er live gewoon een pure rockband. Nova is een van de sterkste nummers in de set en valt op door het persoonlijke en emotionele karakter, terwijl Wave of Wisdom bevestigt waarom dat nummer vooraf al tot de sterkste nieuwe releases van het jaar behoorde. Energiek, direct en zowaar bijna uitnodigend om mee te zingen. PREYRS gedraagt zich niet als een band die blij is dat ze een festival mag openen. De deur moet open en PREYRS trapt hem er wel uit.

Spurv (16:45-17:45, main stage)
Vijf minuten later gaat op de Main Stage een totaal andere wereld open. Spurv speelt het nieuwe album Kelolågen integraal en heeft aanzienlijk minder haast. De Noren bouwen hun instrumentale post-rock zorgvuldig op en laten de spanning langzaam onder de huid kruipen. De trombone geeft het toch al gelaagde geluid een opvallende extra dimensie. Het ene moment klinkt het dromerig en bijna sacraal, enkele minuten later groeit dezelfde verstilling uit tot meeslepende post-rock. De zaal doet precies wat deze muziek nodig heeft: luisteren en verder zijn mond houden.

Red Dwarf Star (17:50-18:20, small stage)
Red Dwarf Star houdt de dromerige sfeer daarna gedeeltelijk vast op de Small Stage, maar kiest voor pakkendere ritmes en een duidelijker shoegazegevoel. De stemvervormer geeft verschillende passages een fijne spacy sound en technisch valt er weinig op het optreden aan te merken. Alleen beginnen de composities gaandeweg wel erg veel op elkaar te lijken. Mooi? Zeker. Verzorgd? Absoluut. Maar dat ene nummer dat zich vastbijt en weigert los te laten, komt niet voorbij.

Abraham (18:40-19:25, small stage)
Abraham heeft dat probleem bepaald niet. De Zwitsers waren vooraf een van de outsiders van deze vrijdag en hebben slechts enkele seconden nodig om duidelijk te maken waarom. Blackmetalachtige drums, abrupte tempowisselingen en repeterende sludge zorgen voor een constante dreiging. De riffs kruipen langzaam onder de huid en daarboven klinkt de intense stem van drummer Dave Schlagmeister. Alsof die combinatie nog niet bevreemdend genoeg is, verlaat Schlagmeister op een gegeven moment zijn drumstel en begeeft zich tussen het publiek. Daar volgt iets wat nog het meeste weg heeft van een Jomanda-achtige handoplegging. Het tafereel past wonderwel bij de sfeer die Abraham oproept. Onheilspellend, ongemakkelijk en fascinerend tegelijk.

EF (19:25-20:25, main stage)
Precies na die beklemming komt EF extra hard binnen. De Zweden grijpen twintig jaar terug en spelen Give Me Beauty… Or Give Me Death! integraal. De composities krijgen alle tijd om zich te ontvouwen en worden ondersteund door fraaie visuals. De elektrische cello gooit daar nog een flinke scheut melancholie bovenop. Misinform the Uninformed en Hello Scotland zorgen al vroeg voor hoogtepunten en tijdens de rustigere passages schuift de sfeer soms opvallend dicht richting Sigur Rós. Het mooiste moment ontstaat echter wanneer de instrumenten verdwijnen en de band gezamenlijk a capella zingt. Geen geluidsmuur, geen effecten en geen zorgvuldig naar de hemel gebouwde post-rockclimax. Alleen stemmen. De Muziekgieterij wordt vanzelf stil. Een van de meest ontroerende momenten van het hele weekend.

Predatory Void (20:25-21:10, small stage)
Predatory Void vindt het vervolgens wel weer mooi geweest met die ontroering. Een ijzige schreeuw en een van de zwaarste riffs van de dag trekken de deur naar de duisternis weer wagenwijd open. De Belgen laten zich nauwelijks in een genre vastpinnen. Het ene moment grenst de muziek aan pure black metal, vervolgens neemt sludge het over en even later komt zelfs een vleug oldschool metal voorbij. De vele tempowisselingen maken het complex, maar gelukkig nergens klinisch.

Wheel (21:15-22:15, main stage)
Wanneer Wheel vervolgens de Main Stage betreedt is de zaal goed gevuld en vol verwachting. James Lascelles schakelt soepel tussen cleane zang en zijn krachtigere uithalen, terwijl de band voortdurend met tempo en intensiteit speelt. Toch dwalen ogen en oren steeds weer af naar drummer Santeri Saksala. Die man lijkt af en toe over een paar ledematen meer te beschikken dan biologisch gebruikelijk is. Zijn spel stuwt de nummers vooruit en tilt vrijwel iedere compositie nog een niveau hoger. Saboteur zet de toon, terwijl Fugue met zijn gloomy intro en dromerige outro een van de mooiste momenten van de set oplevert. Vultures en Empire behoren eveneens tot de sterke momenten, net als Wheel. Het titelnummer voelt inmiddels bijna als een klassieker binnen het repertoire. Technisch perfect en het geluid is kraakhelder. Wheel is zonder twijfel een van de hoogtepunten van het weekend.

Aiming for Enrike (22:20-23:20, small stage)
Wie daarna denkt enigszins te weten welke kant de avond op gaat, heeft buiten Aiming for Enrike gerekend. Twee muzikanten, math rock, vreemde ritmes, loops en een bijna tastbare chemie tussen gitarist Simen Følstad Nilsen en drummer Tobias Ørnes Andersen. Het ene moment lijkt alles zorgvuldig geconstrueerd, het volgende alsof de hele handel ieder moment uit elkaar kan donderen. Dat gebeurt natuurlijk niet. Juist daarin zit de lol. Voor veel bezoekers een hoogtepunt van de dag.

The Ocean (23:25-00:35, main stage)
Dan wacht de band waar misschien wel de meeste nieuwsgierigheid omheen hangt. The Ocean staat aan het begin van een nieuw tijdperk. Robin Staps is gebleven, maar rond hem is de bezetting vrijwel volledig vernieuwd. Vooral vocaal is de verandering groot. Enrico Tiberi en Lane Shi geven The Ocean voortaan twee stemmen en juist die nieuwe verhouding wordt deze avond voor het eerst echt zichtbaar.
Met het nieuwe Light Pollution krijgen we al snel een eerste blik op waar deze versie van The Ocean naartoe wil. Shi verschijnt getooid met een balaclava en neemt aanvankelijk vooral een rol op de achtergrond in. Tiberi draagt een groter deel van de vocale last. De afwisseling en samenzang werken soms uitstekend, maar voelen op andere momenten nog wat onwennig. Niet vergelijken met wat er voorheen stond is makkelijk gezegd. Als je jarenlang een bepaald geluid hebt gehoord, zit er nu eenmaal geen resetknop naast je oren. De vocale power voelt nog niet altijd even overweldigend.
Muzikaal staat The Ocean ondertussen gewoon nog steeds als een huis. Net daarom is het interessant wanneer met Mesopelagic: Into the Uncanny een oudgediende langskomt. Het oudere materiaal moet zich ineens schikken naar een band met twee nieuwe stemmen. Het klinkt vertrouwd en tegelijkertijd anders. Niet simpelweg nieuwe vocalisten die oude partijen overnemen, maar nummers die zich opnieuw moeten verhouden tot de mensen die het nu uitvoeren. Daarin wordt duidelijk hoeveel werk er nog ligt voor deze nieuwe The Ocean, maar vooral ook hoeveel mogelijkheden dat biedt.

Naarmate de set vordert komt Shi steeds nadrukkelijker naar de voorgrond en begeeft ze zich uiteindelijk zelfs crowdsurfend tussen het publiek. De interactie tussen beide vocalisten wordt gaandeweg natuurlijker. Het voelt niet alsof hier een afgerond product wordt gepresenteerd. We staan naar een band te kijken die voor onze ogen ontdekt wat deze nieuwe samenstelling kan worden. Dat wordt misschien nergens duidelijker dan in het laatste nummer, 51°28′30″S, 73°6′11″W. Een elektronische passage met een heerlijke, bijna Underworld-achtige technovibe past verrassend natuurlijk binnen het geluid van The Ocean. Vervolgens wordt het nummer steeds verder uitgekleed. De muzikanten verlaten één voor één het podium, de balaclava gaat af en het geluid sterft langzaam weg. Geen daverende finale met nog één laatste mokerslag. Eerder een merkwaardige anticlimax, maar juist het feit dat nog niet alles vastligt, maakt The Ocean tot een van de hoogtepunten van deze editie. Hier staat geen band die een succesvolle formule probeert te reproduceren. Hier staat een band die opnieuw begint.

Een kleine twaalf uur later krijgt dat optreden extra betekenis. In Bureau Europa verzamelt zich voor aanvang van dag twee een kleine groep genodigden om naar het nog te verschijnen Solaris te luisteren. En daar blijkt dat wat vrijdag nog als zoeken voelde voor een belangrijk deel precies de bedoeling is. Robin Staps vertelt dat de oude bezetting simpelweg in verschillende levensfasen terechtkwam. Met de nieuwe muzikanten wil hij niet terughalen wat er was. Hij vat het zelf veel beter samen: “not to replace but to recreate.” Dat geldt zeker voor Tiberi en Shi. Hun partijen voor Solaris werden tijdens het opnameproces niet eens samen opgenomen. Live liggen juist daar nieuwe mogelijkheden. Oude nummers zijn aangepast aan de dubbele vocalen en zelfs vrijdagavond worden ter plekke nog dingen veranderd. Improviseren binnen kaders, elkaar verrassen en gaandeweg ontdekken wat werkt. Ineens voelt de soms zoekende wisselwerking van de avond ervoor een stuk logischer. Ook Solaris zelf blijkt een lange weg te hebben afgelegd. Staps was er al mee bezig voordat Holocene tussendoor kwam en aanvankelijk moest het zelfs een instrumentaal album worden. Dat veranderde toen Tiberi en Shi in beeld kwamen. Begin en einde worden verbonden door de klank van een celesta en de coördinaten in de songtitels vormen een reis die vanuit Berlijn uiteindelijk eindigt in het Chileense Última Esperanza: laatste hoop, de laatste grens.
Tarkovski’s Solaris speelt daarbij een belangrijke rol. Staps ziet iets aantrekkelijks in het trage tempo van de film in een wereld waarin alles steeds sneller moet. Nog belangrijker is wat er gebeurt wanneer de aftiteling loopt: je blijft achter met meer vragen dan antwoorden. Dat wil hij met zijn muziek ook bereiken. Missie geslaagd, want na de luistersessie zijn er bepaald niet minder vragen.
+++ DAG 2 +++
Hanry (13:40-14:25, main stage)
Met het hoofd nog vol Solaris begint de muziek zaterdag opvallend kalm. Hanry serveert filmische, slepende en dromerige instrumentale post-rock waarin elektronica een grote rol krijgt. Prima wakker worden, maar af en toe mag iemand best even op het gaspedaal drukken. Het geheel dreigt soms wat gezapig te worden.

Norna (14:30-15:15, small stage)
Norna heeft aanzienlijk minder moeite om iedereen wakker te schudden. No-nonsense riffs. Zwaar. Lomp. Geen gedoe. Alleen komt een deel van de muziek deze middag uit een laptop en is het geluid behoorlijk vervormd. Daardoor verdwijnt juist een deel van de intensiteit die dit soort riffs nodig heeft.

The Devil’s Trade (15:20 – 16:05, main stage)
The Devil’s Trade laat vervolgens horen dat intensiteit helemaal geen lompe riff nodig heeft. Dávid Makó en zijn band hadden een vollere zaal verdiend. Zijn stem en de melancholie dragen het optreden, terwijl de zwaarte precies op de goede momenten binnenvalt. Niet voortdurend met de vuist op tafel slaan, maar wachten tot iedereen luistert en dán uithalen. Een goed optreden van een band waarbij een meer prominente plek later op de dag goed zou passen.

Zatokrev (16:10-16:55, small stage)
Zatokrev heeft aanzienlijk minder bezwaar tegen die vuist op tafel. Steady knallende riffs vormen de basis, maar binnen die constante zwaarte zit genoeg afwisseling om te voorkomen dat we na drie nummers murw zijn. Geen ingewikkelde analyse nodig: puike show.

Lost in Kyiv (17:00-18:00, main stage)
Vanaf Lost in Kyiv komt de zaterdag pas echt op stoom. Veel bezoekers keken al naar de Fransen uit en die verwachtingen worden volledig ingelost. We’re All Going to Be Fine wordt integraal uitgevoerd en klinkt strak, hard en emotioneel. Vooral de spoken-wordpassages geven de muziek iets onheilspellends. Rustige gitaren en een licht dreigende ritmesectie liggen eronder en je weet voortdurend dat ergens de donder gaat losbarsten. De vraag is alleen wanneer. In Eclipse komen die verschillende kanten van Lost in Kyiv prachtig bij elkaar. De spanning wordt zorgvuldig opgebouwd, en wanneer de band uiteindelijk losgaat, komt de klap ook echt aan. Lost in Kyiv hoeft daarbij niet te kiezen tussen sfeer en kracht. Het ene versterkt het andere. Dat de Fransen deze middag iets losmaken, blijkt trouwens niet alleen voor het podium. Ook bij de merchtafel is Lost in Kyiv gewild: shirts en platen gaan er als warme broodjes over de toonbank. Een aardige graadmeter voor een optreden dat de hoge verwachtingen niet alleen inlost, maar de band zonder twijfel tot een van de grote uitschieters van Pelagic Fest 2026 maakt.

Slow Crush (18:05-18:50, small stage)
Slow Crush trekt ons daarna een heel andere wereld in. De dromerige zang van Isa Holliday zweeft boven stevige maar melodieuze gitaren en voor je het weet zit je midden in een draaikolk. Leap gooit het tempo even omhoog, waarna Slow Crush ons weer zonder pardon terugduwt in de koortsdroom. Niet te veel nadenken. Gewoon laten gebeuren.

Oh Hiroshima (18:55-19:55, main stage)
Oh Hiroshima houdt de melancholie vervolgens vast. Twee jaar geleden maakte de band hier al indruk en dat kunstje wordt nog eens dunnetjes overgedaan. Lange composities zitten vol complexe melodieën, hier en daar voorzien van een flard zang. Natuurlijk wordt er opgebouwd naar grote uitbarstingen, maar Oh Hiroshima weet vooral precies wanneer het iets moet toevoegen en wanneer het beter even niets kan doen.

Otay:Onii (20:30-21:20, small stage)
Na de eetpauze trekken Otay:Onii en The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble het programma nog verder uit zijn toch al behoorlijk opgerekte voegen. Lane Shi kennen we inmiddels als een van de nieuwe stemmen van The Ocean, maar haar eigen Otay:Onii zoekt het in elektronica, noise en performance. Met afstand het vreemdste optreden van dit weekend.

The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble (21:25-22:35, main stage)
Daarna mag The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble bewijzen dat zelfs de combinatie van de woorden ‘dark’, ‘jazz’ en ‘ensemble’ op dit festival nauwelijks nog wenkbrauwen doet fronsen. Het zegt vooral iets over waar we na anderhalve dag inmiddels aan gewend zijn geraakt. Het optreden voelt constant benauwend en de triphop-vibe is nooit ver weg. Een bijzonder optreden.

A.A. Williams (22:40-23:40, small stage)
A.A. Williams heeft daarna veel minder nodig om indruk te maken. Haar stem, spanning, stilte en het vermogen om iets kleins tergend langzaam groot te maken. Vanaf het begin hangt er iets in de lucht en Williams weet die spanning vast te houden zonder haar voortdurend te hoeven ontladen. Het absolute hoogtepunt is Wolves. De overgang in het nummer is heerlijk. Het is een van de beste nummers van het hele weekend, binnen een optreden dat zich zonder veel moeite tussen de absolute hoogtepunten van Pelagic Fest nestelt.

Slift (23:45-00:55, main stage)
Dan zijn we bijna aan het einde van het weekend. Benen moe, oren aardig getest en genoeg melancholie binnengekregen om een gemiddelde novembermaand door te komen, maar Slift heeft daar maling aan. De Fransen gooien de resterende energie gewoon nog één keer de zaal in. Noisy, vreemd en vol onverwachte ritmewisselingen. Tussen alle psychedelische gekte klinkt zo nu en dan ineens ook gewoon een ouderwetse rockband.
Met Fantasia wordt de set meteen afgetrapt en komt alles samen: rare ritmes, psychedelica, energie en het heerlijke gevoel dat de boel ieder moment een compleet andere kant op kan vliegen. Later mag natuurlijk ook Ummon, misschien wel het bekendste nummer van de Fransen, niet ontbreken. De psychedelische trip werkt ook hier als een prima middel om de laatste restjes energie uit de benen te trekken. Na twee dagen vol verstilling, melancholie, geluidsmuren en zorgvuldig opgebouwde spanningsbogen mag de resterende energie er eindelijk gewoon uit. Slift blijkt daarvoor de perfecte rare afsluiter.

Tussen de optredens door is er de foyer. Even een biertje halen wordt daar gemakkelijk een gesprek dat een half uur later nog steeds bezig is. Engels, Duits, Frans, Nederlands en nog wat talen die ik niet direct thuis kan brengen lopen door elkaar. Mensen die elkaar een uur eerder nog niet kenden, vergelijken optredens, tippen elkaar een band voor later op de dag of proberen uit te leggen waarom juist dat ene nummer zo hard binnenkwam. Misschien is dat wel net zo typerend voor Pelagic Fest als de muziek op de podia. Twee dagen lang lopen muzikanten en bezoekers door elkaar, treffen mensen elkaar en blijken wildvreemden die honderden kilometers van elkaar vandaan wonen genoeg aan één bandnaam te hebben om een gesprek te beginnen. Nationaliteit wordt in zo’n foyer al snel een tamelijk oninteressant gegeven. De muziek doet het meeste vertaalwerk wel.
Drie jaar na de komst naar Maastricht lijkt hier dan ook meer te ontstaan dan een jaarlijks festival rond een platenlabel. Pelagic Fest begint een ontmoetingsplek te worden voor een kleine internationale gemeenschap die elkaar blijkbaar uitstekend weet te vinden en natuurlijk pakt de muzikale zoektocht op het podium de ene keer beter uit dan de andere. Geef ons maar liever een festival waarop af en toe iets schuurt, mislukt of een vraagteken achterlaat dan twee dagen muziek waarvan vooraf al precies vaststaat wat er komt.
Voor de foto’s bedanken we Nicola Neso van het Italiaanse Metal Hammer. Voor meer van zijn werk: check zijn Instagram.
Datum en locatie
28 augustus 2026, Muziekgieterij, Maastricht
Links:


