Profane Burial – Desolate Echoes of Turmoil

Het tweede album van het Noorse trio Profane Burial, My Plateau, was voor mij persoonlijk de grootste ontdekking van 2024. Deze plaat stond dat jaar zelfs op een zesde plek in mijn persoonlijke jaarlijst, vóór Spectral Wound en Aara (en dat zegt toch wel iets). Profane Burial wist op dit album namelijk bij mij precies de juiste snaar te raken. De band speelt symfonische black metal die qua stijl nog het dichtst aanleunt bij het Israëlische The Bishop of Hexen en het Nederlandse Carach Angren. Verdere vergelijkingen met andere bands in hetzelfde genre vind ik in het geval van Profane Burial echter niet helemaal relevant, aangezien deze drie Noren een heel herkenbare, unieke, eigen identiteit aan hun muziek hebben meegegeven. Anders gezegd: je herkent een nummer van Profane Burial uit duizenden.

Wat ik vooral apprecieerde aan de muziek op My Plateau, was het perfecte evenwicht én de synergie tussen de black metal en het orkestrale aspect. Dat deze twee elementen zo goed samengingen, lag vooral aan het melodische karakter van het gitaarspel en met name de bevlogen en vaak complexe en lang uitgesponnen leads die André Aaslie (tevens de bassist van de band) uit zijn instrument toverde. Deze gaven de muziek een progressief tintje mee. Heel vaak opteerde Profane Burial voor een duet (of duel, zo u wil) tussen de klassieke instrumenten en de gitaren en daarbij schuwde men variatie en improvisatie zeker niet. My Plateau zat zo propvol creatieve ideeën dat ik er zelfs nu nog nieuwe details en spitsvondigheidjes uithaal. Het instrumentale pallet was daarnaast zo enorm kleurrijk, speels, extensief en gevarieerd dat ik dit album ook nog steeds heel regelmatig beluister.

Wie hier nu uit zou concluderen dat de muziek van Profane Burial alleen maar smaakvol en verfijnd is, maar daardoor pit, karakter en een rauw kantje zou missen, heeft het absoluut bij het verkeerde eind. My Plateau was namelijk een vurig, gemeen, brutaal en smerig stukje symfoblack. Spookachtig, sinister, luguber: niet wat je een collectie van vrolijke deuntjes zou noemen. De rasperige gorgelstem van Kjetil Ytterhus is ook nog eens zo giftig als de pest en het drumwerk van Bjørn Dugstad Rønnow (onder andere Borknagar en Trollfest) geeft de nummers een woeste, brute ondertoon mee. Een moordende combinatie, en toch geeft het door zijn epische, bombastische en theatrale insteek heel veel voldoening aan de luisteraar. Deze band blinkt daarnaast ook uit in sterke, bruuske en onverwachte contrasten, waardoor je als luisteraar steeds verrast en verward wordt. Kortom: voldoende argumenten om Profane Burial in het vizier te houden. En dat is ook wat ik heb gedaan.

Maar nu zou u kunnen denken: amai, zoveel lof en toch wacht je tot drie maanden na de release-datum om met een recensie van hun nieuwe album op de proppen te komen… Wel, eerlijk gezegd is deze review eigenlijk het resultaat van maanden lang kauwen en herkauwen op deze plaat, waarvan de essentie me blijft ontsnappen.

Kijk, op zich is er eigenlijk weinig mis met het technische aspect en de productie van dit album. De stijl van Profane Burial is ook nog steeds heel herkenbaar: de band put dus nog steeds uit dezelfde creatieve bron en maakt nog steeds gebruik van dezelfde samenstellende elementen om hun nummers tot stand te brengen. Maar het wordt de luisteraar echt niet makkelijk gemaakt om warm te lopen of liefde te vinden voor de muziek die op deze nieuwe plaat wordt gepresenteerd. Om dit te duiden zou ik graag eerst even een onverwacht en misschien wat onconventioneel (als ik al een hint mag geven: dit past trouwens perfect bij het verloop van dit album) bruggetje slaan naar een meesterwerk uit het verre verleden. In 1929 merkte de componist Dmitri Shostakovich op dat “het interessant zou zijn om een ​​symfonie te schrijven waarin geen enkel thema herhaald wordt.” Hij refereerde daarbij specifiek naar zijn derde symfonie (hoewel het statement evengoed zou passen bij zijn iconische vierde…), maar datzelfde gevoel heb ik dus ook bij Desolate Echoes of Turmoil. Ik neem er openingsnummer Den Fortaptes Krønike, trouwens het allereerste Profane Burial-nummer met een Noorse titel, even bij om dit verder te illustreren.

Deze opener floreert helemaal op scherpe contrasten / bruuske overgangen en wisselt dan ook continu (en abrupt) van thema, timbre, ritme en tempo. Hoewel dergelijke abrupte overgangen (zoals hierboven al vermeld) typerend zijn voor de stijl van deze band, wordt er op Desolate Echoes of Turmoil zo vaak gebruik van gemaakt dat je de draad helemaal kwijt raakt en dat het jammer genoeg ook afdoet aan het luisterplezier. Tussen deze wispelturige chaos door horen we met (on)regelmatige tussenpozen hoogdravende, sterk melodische, bevlogen leads en frappant soleerwerk dat uitblinkt in virtuoze vingervlugheid. Ik vind de leads en solo’s op dit album op zich wel prima gecomponeerd, maar ze duren niet lang genoeg om ze ten volle te kunnen appreciëren. Bij wijze van contrast (alweer) worden we ook af en toe ondergedompeld in brute draaikolken van furieuze agressie. Diverse thema’s wervelen doorheen dit nummer zonder dat ze echter de tijd krijgen om zich helemaal te ontwikkelen. Dit is experimenteren met een duidelijke intentie om de structuur en flow (van het nummer, maar breder gezien geldt dit eigenlijk voor het volledige album) tot het absolute minimum te beperken. De luisteraar wordt continu tegenvoets genomen en op het verkeerde been gezet. Dat maakt het dus moeilijk om houvast te vinden, maar hierdoor blijft de muziek wel doorlopend de aandacht trekken en het bewijst ook dat deze band durft te vernieuwen en zijn grenzen durft op te zoeken. Het glas is halfvol of halfleeg, naargelang…

Zowel het drumwerk als het gitaarwerk zijn vol, krachtig en massief van geluid. In die mate zelfs dat de muziek af en toe aanleunt bij death metal (ik denk daarbij vooral aan Morbid Angel). De riffs zijn sonoor; de leads iets scherper van klankkleur. Wat daarnaast opvalt zijn de uitgesproken progressieve geluiden en structuren die door de gitaren worden voortgebracht. Je zou het om die reden zeker symfo-progblack mogen noemen, al is het orkestrale aspect in vergelijking met de nummers op het vorige album toch ook duidelijk een stuk minder prominent aanwezig. Het beperkt zich op het openingsnummer tot hier en daar een korte bijdrage van de (solo) piano, een kort fragment met strijkers, dat me toch weer even terugbrengt naar de epische grandeur van My Plateau en als toegift toch nog wat koperblazers op het einde.

Dat het Profane Burial helemaal menens is op deze nieuwe plaat, merk je niet alleen aan de ambitieuze songstructuren, maar ook aan de lengte van de nummers: geen enkele track duikt onder de zes minuten. De prijs voor meest onbegrijpelijke tracktitel van het jaar gaat dan weer naar Prognostic Augural Obsolescence, dat zo mogelijk met nog radicalere ritmewissels voor de dag komt. Toch herbergt het ook enkele ware pareltjes van horroresque sfeerschepping én krijgen we dan toch een centraal thema te horen dat zich zowaar herhaalt.

Wie het bij het beluisteren van Desolate Echoes of Turmoil (net zoals ik) moeilijk heeft met het vinden van structuur en richting als je de nummers in hun totaliteit probeert te beschouwen, focust beter op individuele passages. Als je dit album op deze manier benadert, ontdek je namelijk echt wel heel wat boeiende en kwalitatief hoogstaande momenten, zoals bijvoorbeeld de geniale wisselwerking tussen gemene, nerveuze strijkers, blastbeats en loodzware riffs op Triumph of Dreadful Aftermath.

Jammer genoeg is het (luister)plezier op Desolate Echoes of Turmoil veel te fragmentarisch van aard. Een nummer als Channeling Epiphany toont perfect aan wat er fout loopt op dit album. Het is zo goed als onmogelijk om hier enige structuur in te vinden; het lijkt wel een random opeenvolging van chaotische riffs en ideeën, zonder enige richting of enig centraal idee. Alsof de creativiteit niet verder ging dan hier en daar een op zich staande muzikale gedachte. De band maakt het zichzelf dan ook nog eens extra moeilijk door ons de (oneerlijke) vergelijking met het vorige (en mijns inziens veel betere) album op te dringen, middels het opnieuw heel wispelturige Horror Code pt. 2. Ook hier wordt er teveel van het ene idee in het andere gesprongen, hoewel er ook wel wat herkenbare elementen te vinden zijn.

Het lijkt wel alsof Profane Burial op dit nieuwe album vooral zijn technische bagage wil etaleren, terwijl men in het proces vergeet om van de (overigens uitstekend uitgewerkte) samenstellende ingrediënten een samenhangend geheel te kneden.

Kijk, ik ben absoluut een liefhebber van moderne kunst en vind het zelfs getuigen van veel artistieke vindingrijkheid als schijnbaar onverenigbare elementen elkaar toch lijken te vinden in een volatiele entiteit die bol staat van verrassende wendingen en (al dan niet) muzikale U-bochten (zoals de vierde symfonie van Shostakovich bijvoorbeeld), maar als het geheel niet sterker is dan de som van haar delen, dan heeft het creatief proces jammerlijk gefaald. Desolate Echoes of Turmoil is een vat vol goede intenties, maar mist een ziel. Het album etaleert een schrijnend tekort aan evenwicht, coherentie en richting. Het is een puzzel waarvan de stukken er uiteindelijk niet in slagen om een leuke figuur tevoorschijn te toveren.

Dat de meest boeiende passage van afsluiter Malicious Discomfort een quasi identieke reprise is van de zeer gesmaakte horroresque ingeving die we ook al te horen kregen op Prognostic Augural Obsolescence, is tekenend voor het falende creatieve proces. Hoe vaker ik naar dit album luister, hoe sterker het mij ontgoochelt dat de band die ons twee jaar geleden nog het machtige My Plateau op een dienblaadje aanbood (ja, de pun is intended), er nu niet meer in slaagt om tenminste één samenhangend nummer in elkaar te knutselen. De slinger is duidelijk doorgeslagen richting de progressieve kant van metal, maar dat levert geen boeiende luisterervaring op. In tegenstelling tot dat vorige album slaagt Profane Burial er met zijn nieuwste telg dan ook amper in om enige snaar te raken bij mij. Hier en daar hoor je nog wel eens een geniaal idee opborrelen, maar meer dan een stuiptrekking blijkt dat dan niet te zijn. Uiterst bedroevend.

Score:

65/100

Label:

These Hands Melt, 2026

Tracklisting:

  1. Den Fortaptes Krønike
  2. Prognostic Augural Obsolescence
  3. Triumph of Dreadful Aftermath
  4. Channeling Epiphany
  5. Horror Code pt. 2
  6. Malicious Discomfort

Line-up:

  • Kjetil Ytterhus – Stem, keyboards
  • André Aaslie – Gitaar, basgitaar, keyboards
  • Bjørn Dugstad Rønnow – Drums

Links: