Godflesh – Decay

Stel je een oude fabriek voor. Het is donker, het vocht loopt langs de muren en tussen roestende machines ontsnappen wolken stoom. Mensen met zwartgeblakerde, bezwete gezichten werken zwijgend door, terwijl opzichters vanuit de schaduw toekijken en de zweep er zo nodig letterlijk overheen gooien. Ergens klinkt metaal op metaal. Een uitgang lijkt er niet te zijn. Welkom in de wereld van Decay.

Een vrolijke boel gaat het inderdaad niet worden op het tiende en voorlaatste album van Godflesh. Justin Broadrick en Ben Green hebben sowieso nooit de ambitie gehad muziek te maken waarmee je gezellig de polonaise inzet, maar op Decay lijken duisternis, vervreemding en wanhoop werkelijk uit iedere porie te sijpelen. Opvallend genoeg is dit niet eens materiaal dat volledig na voorganger Purge werd geschreven. De zes nummers ontstonden uit dezelfde grote verzameling composities. Broadrick koos destijds de nummers die volgens hem bij Purge pasten en hield de rest achter. Toen hij er later naar terugkeerde, werd er wel opnieuw behoorlijk aan gesleuteld. En zo stappen we met Master and Slave die eerdergenoemde fabriek binnen. Het openingsnummer is uiterst minimalistisch en heeft nauwelijks middelen nodig om een behoorlijk unheimische omgeving te creëren. De machines stampen onverstoorbaar door en de sfeer is dystopisch, beklemmend en loodzwaar. Zang niet eens nodig om dat gevoel neer te zetten. De toon is gezet en die is bepaald niet vrolijk of hoopgevend.

Dat Master and Slave zo nadrukkelijk als toegangspoort tot Decay fungeert, is geen toeval. Broadrick beschouwt het nummer samen met afsluiter Consume Me als het belangrijkste materiaal op de plaat. De twee composities nemen samen ongeveer de helft van de totale speelduur voor hun rekening en zouden volgens hem zelfs zelfstandig de essentie van Decay kunnen dragen. Op Living / Ending wordt het werktempo opgevoerd. De duisternis blijft hangen, maar nu krijgen de opzichters uit onze denkbeeldige fabriek ook een stem. Broadricks vocalen geven het nummer een extra beklemmende lading. Ook hier draait alles om minimalisme en herhaling. De gitaar brengt iets wat met enige goede wil zelfs melodieus genoemd kan worden, maar verwacht vooral geen straaltje zonlicht door het kapotte fabrieksraam.

Feral Colony is misschien nog wel de meest muzikale compositie van dit album, al is zelfs dat bij Godflesh een relatief begrip. Het geluid blijft machinaal en de vocalen zijn voorzien van zoveel echo dat het lijkt alsof je iemand een afgrond in hoort storten. Muzikaal én vocaal spat de wanhoop ervan af. De tekst maakt het er bepaald niet gezelliger op. Rechtvaardigheid en zachtmoedigheid bieden hier geen uitweg; wie partij kiest, kiest uiteindelijk voor leugens.Wie ondertussen verlangt naar iets meer comfort, kan dat bij Fear of Man definitief vergeten. Een geluid dat nog het meest doet denken aan een slijptol snijdt zich door de compositie heen en zorgt voor een bijzonder onprettige luisterervaring. Juist daar zit de kracht. Het ongemak is geen vervelende bijkomstigheid, maar een essentieel onderdeel van de muziek. Ondertussen vraagt Broadrick zich in de tekst af hoe hij kan wegkijken of zich kan afwenden en smeekt hij bijna om te leren communiceren en reguleren.

Ook Fodder weigert vervolgens de deur naar buiten open te zetten. Inmiddels lijkt de fabriek langzaam veranderd in een geestenwereld, maar dan wel eentje waarvan de bewoners duidelijk geen vriendelijke bedoelingen hebben. Een slepende riff en dissonante stemmen consumeren de luisteraar langzaam. De tekst is al even cynisch: iets wordt verkocht omdat jij het nodig hebt en de verkoper jou weer nodig heeft om het nodig te hebben. Consumptie als eindeloze afhankelijkheid. Daarmee is de stap naar Consume Me eigenlijk heel klein. Het bijna twaalf minuten durende slotstuk is de andere boekensteun die Broadrick zelf zo belangrijk vindt. Het is een benauwend einde van een album dat je toch al weinig gelegenheid heeft gegeven om adem te halen. In de tekst cirkelen scherpe tongen als haaien rond, verschijnen vampiers en zien mensen elkaar veranderen en verdwijnen. Uiteindelijk blijft het beeld over van iemand die zichzelf als lokaas aanbiedt om volledig geconsumeerd te worden.

Dat alles krijgt nog een extra lading door de omstandigheden rond Broadrick zelf. Een groot deel van Decay was al opgenomen voordat hij dit jaar een zware buikoperatie onderging, maar gedeelten van enkele nummers werden opgenomen terwijl hij al met een hernia kampte. Volgens Broadrick had jarenlang schreeuwen in Godflesh zijn lichamelijke problemen mede veroorzaakt. De plaat werd vervolgens tijdens zijn herstel gemixt. Waar Godflesh voor hem altijd een manier is geweest om mentale, filosofische en existentiële pijn te uiten, was fysieke pijn ditmaal onvermijdelijk onderdeel van de omstandigheden.

Het past bijna akelig goed bij een album dat Decay heet. Zeker omdat Broadrick inmiddels heeft aangegeven dat het einde van Godflesh daadwerkelijk in zicht is. De band is voor hem fysiek niet langer vol te houden. Na deze plaat volgt nog één laatste muzikaal statement, waarna hij buiten de beperkingen van Godflesh op zoek wil naar nieuwe manieren om zware en lelijke muziek te maken.

Decay is zware kost. Niet alleen vanwege het geluid, maar vooral omdat Godflesh de luisteraar vrijwel nergens verlichting gunt. Minimalistische riffs, mechanische ritmes, echoënde vocalen, dissonantie en geluiden die soms meer bij industriële machines dan bij muziekinstrumenten lijken te horen: alles draagt bij aan hetzelfde desolate gevoel. Toch wordt het geen veertig minuten lang dezelfde ellende. Godflesh vindt telkens een iets andere manier om ongemak te veroorzaken. Daarmee is Decay bepaald geen plaat voor ieder moment of iedere luisteraar. Wie zich eraan overgeeft, krijgt echter precies wat Godflesh zo goed kan: muziek die niet probeert het de luisteraar naar de zin te maken, maar hem een wereld in sleurt waaruit ontsnappen steeds moeilijker wordt. De perfecte soundtrack voor een donkere film zonder happy end, waarin de personages alleen maar verder en verder de duisternis in worden getrokken. De fabriekspoort valt achter je dicht. De machines blijven draaien.

Score:

75/100

Label:

Relapse Records, 2026

Tracklisting:

  1. Master and Slave
  2. Living / Ending
  3. Feral Colony
  4. Fear of Man
  5. Fodder
  6. Consume Me

Line-up:

  • Justin K. Broadrick – Gitaar, zang, machines
  • Ben Green – Basgitaar

Links: