The Moon and The Nightspirit – Seed of the Formless

Wie het werk van het Hongaarse The Moon and The Nightspirit niet kent, moet zeker eens de grabbelton van hun discografie induiken. De band wist in het verleden een prachtige woudakoestiek te brengen waar je intens kon van genieten. Tot 2020 draaide de motor op volle toeren bij de band en kwam er elke twee tot drie jaar een plaat. Het duo startte in 2005 met het heerlijke debuut Of Dreams Forgotten and Fables Untold, maar eigenlijk waren de volgende platen ook gewoon heerlijk. Het paste allemaal prima in hetzelfde straatje.

Er is duidelijk wat veranderd met dat straatje waarin The Moon and The Nightspirit muziek weet te schrijven. De rustgevende akoestiek en middeleeuwse sfeertjes uit het verleden zijn weg en er is een metalband ontstaan. Dat voelde je ergens al wel op de voorganger Aether, want daar hoorde je die ‘post-metal’ stempel al die de band vandaag draagt. Toch was dit alles nog ingebed in een soort repetitieve en diepgaande akoestiek met een logge atmosfeer. Het kwam bijzonder goed uit de verf, al voelde ik wat heimwee naar het oude.

Wie die heimwee ook voelde, zal nog meer heimwee krijgen bij Seed of the Formless, die eerder dit jaar uitkwam. De middeleeuwse folklore is helemaal weg en zelfs de oude stijl aan akoestiek vind je niet meer terug. De band gooit de resterende folkdeeltjes in de atmosferische synthlaag die zeker blijft bestaan, maar in de plaats daarvan krijg je nu muziek in de lijn van bands zoals Agalloch of Opeth in het verleden. Dan kijk ik vooral naar het oudere werk van die bands. Binnen dat geheel zorgt het synthweefsel er naar mijn gevoel voor dat het hier en daar wat flauw durft te worden, zeker als het geheel een My Dying Bride-doomvibe meekrijgt en zangeres Ágnes op deze tragere stukken zich stapsgewijs een weg baant. Sowieso heb ik het moeilijk met deze atmosferische vrouwelijke zanglijnen op deze nieuwkomer.

Op andere momenten klinkt het dan wel weer lekker, als er wat dreiging in de gitaarakoestiek weerklinkt (Lament of the Thistle-Queen), het de zoetere kant op gaat (The First Tremor) of gewoon als je eens een echte metaltrack te horen krijgt zoals het basrijke Odyssey Limen. Soms zit een track ook gewoon goed in elkaar, zoals opener Cosmic Seed, maar dreigt het tempo zo sloom te worden dat je de aandacht gaandeweg verliest. Jammer, want je hoort aan het eind van de track dat deze man perfect Watain/Satyricon-melodieën kan verwerken in deze muziek.

Het is dubbel, want dit voelt toch wel aan als een compleet nieuw gezicht voor dit Hongaarse stel en hier en daar klinkt het best wel goed. De nieuwe plaat kan je zelfs niet vinden bij het vorige gamma van de band op Spotify, al weet ik niet of dat als statement bedoeld is. In elk geval is de beleving veel anders en wat mij betreft minder intens. Het geheel durft naast al die fijne passages immers wat gezapig te worden in plaats van dat het me in een trance trekt. Dat is jammer genoeg dus ook een nieuwe ontwikkeling voor dit duo.

Score:

70/100

Label:

Prophecy Productions, 2026

Tracklisting:

  1. Cosmic Seed
  2. Luminous Thread
  3. Odyssey Limen
  4. The First Tremor
  5. Astromorphosis
  6. Fount of Everlight
  7. Olden Resonance
  8. Lament of the Thistle-Queen

Line-up:

  • Mihály Szabó – Zang, bas, gitaar
  • Ágnes Tóth – Zang, synth

Links: