Devin Townsend – The Moth

Toen alweer bijna twee jaar geleden de kaartjes voor de The Moth-concerten van Devin Townsend en het Noord Nederlands Orkest in de verkoop gingen, ging ik er stiekem een beetje vanuit dat de plaat waar het om draaide wel uit zou zijn tegen de tijd dat de concerten plaats zouden vinden (maart 2025). Niets bleek minder waar. De plaat was zelfs nog niet eens af. Zozeer dat onze favoriete nutty professor op de avonden zelf her en der wat flarden van oude tekst op de nieuwe muziek plakte. In het Facebookbericht dat ik over de show dichtte, schreef ik dan ook ietwat vertwijfeld: Het gruwelijk enthousiaste publiek hoopt nog op een toegift in de vorm van een ouder nummer uitgevoerd met koor en orkest. Dat zit er helaas niet in, maar we hebben al zoveel gezien en gehoord. Het is moeilijk te beschrijven wat dat dan precies is (en vooral of alles nu werd uitgevoerd als de bedoeling was). Een surrealistische beleving was het in ieder geval. Eén die ik niet snel zal vergeten en graag nog eens terug hoor op een of andere geluidsdrager. Dat moment is nu dan eindelijk aangebroken en nog steeds valt het niet mee om in woorden te vatten wat The Moth nu precies is.

Sommige mensen bij Zware Metalen hebben er overigens minder moeite mee en kwamen rap met de stempels Disney metal en Eftelingmuziek. Want ja, het werk is symfonisch. Soms zeer symfonisch zelfs. Had je anders verwacht als je Townsend de beschikking geeft over een heel orkest en een bijna honderdkoppig koor? Kom op, daar kennen we hem inmiddels het goed voor. Hij is toch vooral een “all in kind of guy” en dus heeft hij zich ook nu niet ingehouden. En muzikale grenzen deden er daarbij ook al niet toe. Zo zijn er (verbindende) stukken waarop om praktische redenen al het stempel ‘Disney metal’ niet past, eenvoudig weg omdat van metal in het geheel geen sprake is. Wel van gelaagde muzikale uitdrukkingen met strijkers, koperwerk en koren. Paradoxaal zorgen deze stukken er tegelijkertijd voor dat The Moth zich als een groot verhaal (durf ik te zeggen: een grote journey?) laat beluisteren, maar ook dat het een wel heel grote brok muziek is. Zo groots zelfs dat het opnieuw luisteren van de plaat me in eerste instantie tegenstond. Je krijgt nu eenmaal stevig wat te verstouwen.

Laten we eens beginnen bij het (semi-)begin: Semi-Prologue wordt fantastisch gezongen. Ik vraag me zelfs af of ik onze licht neurotische vriend wel eens beter heb gehoord. Het is vooral genieten wanneer hij het wat kleiner houdt, maar hij gaat ook volledig musical (‘turns out the thing he hates the most is musicals. Who saw that coming?’). Op zich niet heel vreemd want hij pakt gelijk maar eens een heftig thema bij de kladden: I’m so in love with you, … We’ll find a way? klinkt het hoopvol maar vol twijfel. En nog geen gitaar gehoord hè! Dat verandert met War Beyond Words dat een stuk militaristischer uitpakt en klinkt als een meer symfonische versie van Deconstruction met de over elkaar heen duikende sferen, aanslagen en een diepe grunt: I am barely controlled! Gelijk een prima samenvatting van het muzikale geweld dat we op de tweede track krijgen. Het geblafte Back to the front, Back To The Front wordt speels terug gezongen door Anneke van Giersbergen. Zij ontbrak bij het concert in Groningen, maar gelukkig heeft haar loepzuivere en hartverwarmende stem wel (ruimschoots) de weg naar de studio gevonden.

De titeltrack wordt zwaar in de (donkere maar warme) verf gezet door het veelkoppig orkest. Met zijn 1 minuut 46 voelt de song niet als kern waar de hele plaat om draait. Vreemd genoeg komt daarna nog een “overgang” in de vorm van Ode To My Eye dat nog geen minuut duurt en net als de titeltrack vijf korte regeltjes tekst bevat. Maar als we deze dubbele brug over zijn komen we bij één van de absolute hoogtepunten: Enter The City heeft in Awfull lot depending in the weather een meeslepende melodie die uit duizenden herkenbaar is als afkomstig uit het muzikale brein van onze Devin. En dan is het mooi dat hij die zwaar kan laten aanzetten door de tientallen gouden kelen van het koor dat hij tot zijn beschikking heeft. Het zijn juist deze ijzersterke melodieën die me zullen verleiden de plaat steeds weer uit de kast te halen, zij het misschien niet dagelijks of wekelijks.

Covered By Causes begint met een totaal overstuurde klap waarin ook het laag van het orkest even voluit mag, om daarna heel klein gemaakt te worden in een klein liedje waarin Townsend en OU-zangeres Lynn Wu naar elkaar zingen. Wanneer ons Anneke overneemt is er een eerste moment van kippenvel dat lekker blijft hangen wanneer zij achter de lead vocalen van Townsend blijft mijmeren. Inmiddels zijn we bij 3:15 en is duidelijk dat van een klein liedje geen sprake zal zijn, want hier wordt vakkundig naar een climax(je) gebouwd waarin ook het koor stevig op het orgel mag (pardon the pun) met tussendoor ook nog fraai ingehouden blazers. Arise and conquer the morn! En die lekker uitgehaalde Hearts on fire! is weer zo’n momentje dat de luisteraar weer stevig aan- en inpakt. Je zou kunnen zeggen dat een plaat als deze niet zonder kan, maar ze zijn er gelukkig genoeg.  

In Lexin is een grote rol weggelegd voor de heliumstem van Lynn Wu. Die ligt me bij haar eigen band al niet lekker, en ook hier word ik niet in positieve zin weggeblazen. Townsend hoort hier duidelijk iets dat ik niet hoor en dan heeft Devin uiteraard altijd gelijk. Wel ben ik gelukkig met het loodzware gecomprimeerde geluid in het laag dat kennelijk zelfs op een orkestrale plaat niet kan ontbreken. Ook muzikaal zit het wrikken en schuren razendknap in elkaar. Het korte maar fraaie Runaways grijpt terug naar de opener en is met zijn mooie melodie een fraai ankerpunt voor de rest van de reis: even wat houvast hoor! A Proxy For God blaast vervolgens alle stof uit je oren met orkest, koor, AvG en Devin Townsend die allen voluit gaan, die laatste ook in een steviger krijs. Eftelingmuziek? Ik dacht het niet!

U zult – voor zover mogelijk van digitaal papier – inmiddels een aardig beeld gekregen hebben van de gelaagdheid en absolute kwaliteit, maar ook de weerbarstigheid van The Moth dus het lijkt weinig zinvol de plaat verdere song voor song te bespreken. Hierna enkel nog de opvallende zaken (naast de scheet aan het begin van Orion, het blijft Townsend). Zo blijft er ook nog wat te ontdekken, hoewel ik me daarover voorlopig geen zorgen maak.

Townsend lijkt her en der, zoals het walsmotiefje in The Mothers dat uitnodigt om de tekst van Babysong te zingen, kleine verwijzingen te maken naar eerdere thema’s in zijn werk en ook dat werkt goed om de aandacht weer even te pakken, mocht die dreigen te verslappen. Orion pakt vast met het meeslepende vocale thema in de aanmoediging om in jezelf te geloven. Zo maar weer eens een regel die de nodige fans kracht zal geven, wanneer ze die nodig hebben. En zo snijdt de emotie ineens dwars door alle lagen en sporen heen. Lekker pielend gitaartje ook, dat het koor op sleeptouw neemt.

Hé, nu ben ik toch weer elk nummer aan het bespreken. Dat is toch een teken dat de plaat me langzaam maar zeker meer in de greep krijgt. En met Stay There is dat al niet anders. If that’s where you are: stay there geeft mentale rust en zing je bovendien na een keer luisteren al mee. Het refrein van Home At Night bezit dezelfde licht betoverende kwaliteiten. Als je er voor open staat moet ik daar wel aan toevoegen, want het gaat hier weer stevig de musicalkant op met een vol uithalende Devin. Dat neemt niet weg dat de zwaarte van ons favoriete genre ook aanwezig is: in de zielentocht door het duister die Townsend maakt, maar ook in een aantal stevig donderende partijen, want reken maar dat een orkest kan beuken. Het orkestrale onweer klapt bijvoorbeeld vrij hard in Prepare For War met trouwens weer een fijn krabbelend gitaartje van Mike Keneally. We zien de troepen voorbij stampen totdat – zeer kort – een blackmetaltempo opgezocht wordt, waarna de ene tempowisseling na de andere volgt. The Big Snit haalt een gelijke mate van zware intensiteit die voor ons metalfans vaak zo van belang is. And Jesus is learning the cause! Hoor dat koor ook eens knallen!

En zo legt het Canadese wonder weer een hele kluif bij ons neer. The Moth is een werk dat (voor mij) pas in de komende jaren al zijn geheimen zal prijsgeven in losse perioden waarin ik de plaat veel zal draaien vanwege al het fraaie melodieën die er te vinden zijn, waarna ik hem even aan de kant leg omdat je deze reis nu eenmaal niet altijd zult willen maken… Totdat je de plaat uit nieuwsgierigheid weer oppakt om onder te gaan in een zee aan muzikaliteit waarvan de bodem maar moeilijk te grijpen is. Tsja, soms is er nu eenmaal wat lef nodig. And through it all we landed on our feet.

Score:

90/100

Label:

InsideOutMusic, Hevy Devy Records, 2026

Tracklisting:

  1. Semi-Prologue
  2. War Beyond Words
  3. The Moth
  4. Ode To My Eye
  5. Enter The City
  6. Covered By Causes
  7. Lexin
  8. Runaways
  9. A Proxy For God
  10. The Mothers
  11. Orion
  12. Stay There
  13. Home At Night
  14. Intermission
  15. Lexin Returns
  16. The Clergy
  17. Prepare For War
  18. The Big Snit
  19. Silver Princess
  20. A Life In Review
  21. Metamorphosis
  22. Stained Hearts
  23. Let Go
  24. We Don’t Deserve Dogs

Line-up:

  • Devin Townsend – Vocalen, gitaar
  • Noord Nederlands Orkest – Instrumentatie en koor
  • Anneke van Giersbergen – Vocalen
  • Darby Todd – Drums
  • Mike Keneally – Synthesizer, gitaar
  • James Leach – Basgitaar
  • Lynn Wu – Vocalen
  • Aman Kohsla – Gitaar
  • Ben Searles – Synthesizer
  • Morgan Ågren – Drums

Links: